Jezus betekenis & definitie

Jezus is een naam die afkomstig is vanuit het Hebreeuws en betekent redder. In het Grieks is het dezelfde naam als Jozua.

De bronnen van zijn leven vindt men in de evangeliën. Jezus komt uit de stam van Juda. Waarschijnlijk heeft een openlijke gevoerde twist met de Joden ertoe geleid dat de genealogische gegevens, die zorgvuldig bewaard werden, meer op de voorgrond traden. De evangeliën beogen geen volledig sluitende biografie, zodoende is er over zijn jeugd weinig bekend. Het verhaal begint eigenlijk bij de doop door Johannes de Doper. Kort daarna neemt zijn openbare optreden aanvang, dit optreden is lerend en weldoend (mensen genezen, zondaars bevrijden van schuld, doden opwekken etc.). Zijn uitleg van de wet, die zich baseerde op Gods wil, bracht hem in conflict met het godsdienstig gezag (wetgeleerden en farizeeën). Hij weet zelf dat hij sterven moet, maar ook dat zijn sterven nodig is tot redding. Hij sterft aan het kruis nadat hij het avondmaal heeft ingesteld. Op Golgotha spreekt hij 7 kruiswoorden. Op zijn begrafenis volgt zijn opstanding binnen 3 dagen. Na een aantal verschijningen als herrezene vaart hij op de 40e dag ten hemel, waarna wordt uitgezien naar zijn wederkomst.

Gepubliceerd op 10-04-2015