Huisdier betekenis & definitie

Een huisdier is een tam dier dat ter gezelschap of voor een bepaald nut in of om het huis wordt gehouden. Een huisdier wordt door mensen gevoed en verzorgd.

Er wordt onderscheid gemaakt tussen twee soorten huisdieren. Dit zijn landbouwhuisdieren en gezelschapsdieren. Landbouwhuisdieren zijn dieren die gedomesticeerd zijn vanwege hun nut en de productie van goederen en diensten. Voorbeelden zijn schapen, geiten, kippen en koeien. Gezelschapsdieren werden in eerste instantie ook gehouden voor het nut, zoals het bewaken van het huis. Tegenwoordig dienen huisdieren vaak als gezelschap of om een sport mee te bedrijven. Voorbeelden van gezelschapsdieren zijn katten, honden, konijnen, cavia’s of duiven.

Het eerste dier dat werd gedomesticeerd (dit is het proces waarmee mensen bepaalde dieren en planten veranderen zodat deze zich aanpassen aan het leven dicht bij mensen en in dienst kunnen zijn van mensen) is de hond. Katten zijn al huisdieren sinds het Oude Egypte. In Nederland, België en een paar andere landen mogen een aantal soorten dieren niet als huisdier worden gehouden. Vaak gaat het om exotische dieren zoals apen of vogels. Bedreigde diersoorten zijn vrijwel altijd verboden maar ook schadelijke soorten dieren zijn vaak verboden, omdat deze veel schade kunnen veroorzaken aan de omgeving als ze ontsnappen. Reptielen en amfibieën leven in een terrarium. Vissen of andere waterdieren leven in een aquarium.

Huisdieren kunnen meehelpen aan de lichamelijke en geestelijke gezondheid en aan de ontwikkelingen van mensen. Zo kunnen bijvoorbeeld eenzaamheid en depressies afnemen bij een persoon als hij/zij persoon een huisdier neemt. Gezelschapsdieren kunnen het leergedrag van kinderen verbeteren. Dit komt onder meer doordat de emotionele betrokkenheid van de kinderen vergroot wordt, wat het leerproces stimuleert.

Ensie zoekt vrijwilligers voor het digitaliseren van oude Encyclopedische werken. Interesse? Lees hier hoe het werkt!