Heks betekenis & definitie

Een heks is in het volksgeloof een vrouw die begiftigd is met demonische krachten die meestal schade veroorzaken. Ook kan zij via rituelen magische krachten oproepen.

Men stelde zich de heks vaak lelijk voor, maar ook mooie vrouwen werden als heks verdacht. De plaatselijke bevolking wilde de heks het liefst ver van zich afhouden. Men dichtte haar alle onheil toe, zoals schade aan mens en vee (vooral bij een bevalling, ziekte of een mislukte oogst). Vaak zou de heks zich in een dier veranderen. Het geloof in heksen hangt ongetwijfeld samen met de Oudgermaanse voorstellingen die voorkomen uit de vraag naar de oorsprong van ongeluk, ziekte en ellende. Tegen het eind van de Middeleeuwen nam het geloof in heksen de proporties aan van heksenwaan. Dit had allerlei oorzaken, zoals pestepidemieën en oorlogsellende. Er werd gedacht dat de heks in verbinding stond met de duivel, waardoor haar praktijken opgevat werden als ketterij. Door pauselijke bullen en de geschriften van middeleeuwse geleerden filosofie (onder andere Thomas van Aquino), werd het geloof in hekserij kerkelijk gevestigd en tegelijk veroordeeld.