Hacken betekenis & definitie

Hacken is het illegaal inbreken in computers of computernetwerken door het omzeilen van beveiligingsmaatregelen. Bestanden worden door hackers vaak vernietigd, beschadigd of gestolen.

Hacken heeft niet alleen betrekking tot computersoftware of veiligheid, al staat dit woord hier wel om bekend. Hacken kan ook een simpele oplossing zijn door een middel toe te passen dat door de maker niet op die manier is bedoeld. Een voorbeeld hiervan is een postelastiek om een broekspijp binden, zodat de broekspijp niet in een fietsketting vast komt te zitten. Zulke simpele oplossingen, die het leven vaak iets makkelijker maken, worden ook wel ‘lifehacks’ genoemd.

Maar toch staat de term hacken het meest bekend om het inbreken in een computer(netwerk). De term hacking wordt vaak als synoniem gebruikt voor cracking of computercriminaliteit, wat niet juist is. Hacking was oorspronkelijk het netwerk dat tegenwoordig het huidige internet is. Dit netwerk was niet publiek toegankelijk en als men niet was aangesloten bij een overheid of bedrijf, was toegang illegaal.

De eerste hackers waren scholieren uit een treinvereniging. De term hacken is ontstaan op het Amerikaanse instituut MIT. De scholieren noemde elke nieuwe verbinding of verbetering in de treincircuits een hack. Nadat het MIT computers kreeg, waren de studenten de eerste personen die met deze computers onofficieel studeerden. De computers werden bediend met zogenoemde ponskaarten. Dit zijn informatica kaarten die tot de jaren tachtig werden gebruikt voor het vastleggen van gegevens. Deze waren heel groot, en moesten apart gemaakt worden. De studenten gingen elkaars werk verbeteren, door bijvoorbeeld routines te maken die minder (pons)kaarten in beslag namen. Vanaf toen is de term ‘hack’ binnen het programmeren ook een term.

Gepubliceerd op 30-05-2016