Eerste Kamer betekenis & definitie

De Eerste Kamer vormt samen met de Tweede Kamer de Staten-Generaal van het Koninkrijk der Nederlanden. De Eerste Kamer bestaat uit 75 leden die via getrapte verkiezingen worden verkozen.

De leden van de Eerste Kamer worden niet rechtstreeks door het volk, maar via getrapte verkiezingen door de leden van de Provinciale Staten verkozen. Een Eerste Kamerlid voert geen campagne en wordt voor vier jaar benoemd. Voor 1848 werden Eerste Kamerleden door het staatshoofd benoemd voor het leven. Sinds de grondwetsherziening in 1848 mogen de leden van de Provinciale Staten hun stem uitbrengen voor de Eerste Kamer. De leden van de Eerste Kamer hebben geen fulltime functie. Zij komen één keer per week op dinsdag bij elkaar om te vergaderen. De wetsvoorstellen die door de Tweede Kamer zijn aangenomen worden dan nog eens kritisch bekeken en ze kijken daarbij voornamelijk naar de technische kanten van het voorstel. De Eerste Kamer kan de wetsvoorstellen alleen goed- of afkeuren en dus niet wijzigen. Wel kan zij de minister dwingen om een wijziging aan de kamer voor te leggen.