Dogma betekenis & definitie

Dogma, dokein in het Grieks, betekent vastomlijnd, een aan geen beredenering meer blootstaand geloofsartikel. De kerk heeft verklaard dat het door God geopenbaard is, dus dat het een kerkelijk vastgesteld leerstuk is.

In de rooms-katholieke kerk is het dogma een noodzakelijke voorwaarde om redelijk te kunnen geloven. De kerk kent een sterke ontwikkeling van het dogma, hoewel deze zuiver verklarend is: de betekenis wordt duidelijker, de formulering scherper. De ontkenning van een dogma wordt ketterij genoemd. Echter, de persoon die het dogma van de kerk niet aanvaardt, geldt alleen als ketter wanneer vaststaat dat hij die waarheid tegen beter weten in, pertinent blijft ontkennen. Het protestantisme had van meet af aan een andere verhouding tegenover het dogma: formeel, voor zover in de rooms-katholieke kerk het gezag van de kerk voorgaat. Voor de protestanten is het dogma dat van de Bijbel en daarin dat van Gods geest; materieel, in zoverre voor de rooms-katholieke kerk het dogma onfeilbaar is in verband met de kerkleer. Deze is dat voor de protestant niet. Vandaar dat onder de protestanten het dogma verschillend wordt opgevat en gewaardeerd.