Conjunctuur betekenis & definitie

Conjunctuur is de ‘op- en neergaande’ beweging van de economie in bepaalde tijdsperiode. Vaak is dit een periode van vijf à tien jaar. Conjunctuur is het algemene begrip voor de fluctuaties in de economie en is te onderscheiden in verschillende fases: herstel, hoogconjunctuur, teruggang en laagconjunctuur.

Een conjunctuurbeweging ontstaat door het verschil in aanbod en vraag. Deze zijn vrijwel nooit in evenwicht. Door het veranderen van vraag en aanbod ontstaat er zogezegd een golfbeweging in de economie.

De conjunctuur heeft niet alleen betrekking op het nationale product, maar ook op de werkloosheid. Tevens heeft conjunctuur invloed op de overheidsinvloed en de belastingontvangsten van een land.

Herstel
De ‘herstel’ periode is de periode waarin het beter gaat met de economie. Deze periode is te vinden wanneer het een tijdje weinig nationale productie is geweest (laagconjunctuur) en er langzaam herstel optreedt. Er wordt meer geproduceerd en de vraag naar producten neemt toe. Er wordt tijdens de herstelperiode langzaam overgegaan naar een hoogconjunctuur.

Hoogconjunctuur
Tijdens de hoogconjunctuur is er sprake van een hoge nationale productie. Maar de productie groeit in een periode van hoogconjunctuur harder dan de ‘trend’ (de vraag naar de producten. Hierdoor ontstaan er overschotten en zal de nationale productie moeten inkrimpen.

Teruggang
Tijdens de zogenaamde teruggang wordt er weer gezocht naar evenwicht. Er wordt geprobeerd om de trend (de vraag) en de productie (het aanbod) op elkaar af te stemmen. Er zal minder worden geproduceerd. De teruggang is de periode tussen een hoogconjunctuur en een laagconjunctuur.

Laagconjunctuur
Wanneer er sprake is van een laagconjunctuur ligt de productie onder de vraag. Er wordt minder geproduceerd dan er nodig is. Dit is een slechte tijd voor de economie. Laagconjunctuur kenmerkt zich vooral door hoge werkloosheid, een krimpende economie en weinig consumentenvertrouwen.