Bloem betekenis & definitie

Een bloem is bij zaadplanten een in groei beperkte spruit die de voortplantingsorganen draagt. Uit een bloem worden vruchten en zaden gevormd.

Plantensoorten worden vaak aan de hand van de bloem herkend. Zij bestaat globaal gezien uit een bloembodem, waarop van buiten naar binnen gezien de bloembekleedsels (kelk en/of kroon), één of meer meeldraden en één of meer stampers geplaatst zijn. De kelk en de kroon kunnen vele vormen hebben. De kelk is het buitenste bekleedsel en is meestal groen, terwijl de kroon vaak anders van kleur is. Ontbreekt één van beide dan spreekt men van een bloemdek. Wanneer de stamper staat, dan spreekt men van bovenstandig. De stamper is het vruchtbeginsel, en zit boven de andere bloemdelen, namelijk de kelkbladen, kroonbladeren en meeldraden. Wanneer de bloembodem ingezonken is en volledig vergroeid met het vruchtbeginsel, dan spreekt men van onderstandig. Een bloem die alleen stampers of alleen meeldraden heeft, wordt een eenslachtige bloem genoemd, terwijl een tweeslachtige bloem beschikt over zowel stampers als meeldraden. Wanneer een bloem alleen één of meer stampers heeft, is zij vrouwelijk, en een bloem met alleen meeldraden is mannelijk. Bij planten die bestoven worden door stuifmeel zijn de bloemen vaak eenslachtig.

Gepubliceerd op 08-04-2015