Redactie Ensie

Schrijver op Ensie

Gepubliceerd op 07-04-2016

2016-04-07

Biotoop

betekenis & definitie

Een biotoop is de biologische, natuurlijke leefruimte met min of meer dezelfde leefomgeving. Hierin kan een plant of dier leven en zich voor planten. Een biotoop is enigszins begrensd en is een homogeen groei- of woongebied.

Binnen een biotoop wordt een onderscheid gemaakt tussen het bioom (de verzameling van flora en fauna dat in een habitat leeft), de niche (de plaats die een soort of populatie in een ecycosteem inneemt) en het verspreidingsgebied. Binnen een biotoop zijn er nog specifieke plaatsen waar een bepaald type organisme leeft. Een voorbeeld hiervan is de bodem in een bos, dat een habitat van de worm is.

Als het over planten en vegetaties gaat, dan wordt er in plaats van een biotoop ook wel van een standplaats gesproken. Hierbij horen standplaatsfactoren. Dit zijn abiotische (externe milieufactoren) en biotische factoren. Biotische factoren zijn andere soorten organismen in een bepaald ecosysteem die invloed kunnen hebben op het leven en de populatie van een soort. Daarnaast wordt er binnen een levensgemeenschap over een biotoop gesproken als een specifiek ecosysteem zich steeds verder ontwikkelt, waardoor deze uiteindelijk samen met het klimaat evolutionair zal veranderen.

In de Europese Unie zijn honderden verschillende biotopen beschreven en gedefinieerd in een handleiding, de CORINE genaamd. Men moet hierbij niet alleen denken aan organismen, maar aan allerlei zaken. Bij bijvoorbeeld windmolens speelt de molenbiotoop een rol. Hiermee wordt de omgeving van de molen bedoeld. Als er veel objecten in de molenbiotoop staan die allemaal veel wind tegen houden, dan is het een slechte biotoop.