Architectuur betekenis & definitie

Architectuur gaat om de kunst en wetenschap achter gebouwde objecten als gebouwen, landschappen, meubelen en interieurs. Iemand die werkt in de architectuur heet een architect.

Architectuur kan ook omschreven worden als bouwkunst, maar dat klinkt meer als een technisch bouwproces, terwijl architectuur vooral gaat om ontwerpen. Architectuur draait volgens Vitruvius, een Romeinse architect, om een balans tussen drie onderdelen: schoonheid, stevigheid en bruikbaarheid. Architectuur bestond al in de steentijd. In die tijd werden hunebedden (grafkamers) gebouwd. Andere architectonische bouwwerken uit de steentijd zijn menhirs. Menhirs zijn rechtop staande stenen die in lange rijen geplaatst zijn. De betekenis van deze stenen is niet duidelijk. Andere vroege architectuur is de Egyptische architectuur, bekend van de piramides en tempels. In Mesoptamië werden enorme versterkte paleizen gebouwd, waarbij gebruik gemaakt werd van gedroogde en gebakken klei. Rond de 7e eeuw voor Chr. ontstond er Griekse bouwkunst, die verschillende stijlen kent en verschillende periodes beslaat. In de architectuur van de Romeinen ontstond het gebruik van boogconstructies en gewelven. In Nederland kun je architect worden door een opleiding te volgen op de Academie van Bouwkunst en op de Technische Universiteit.

Gepubliceerd op 30-03-2015