Absolutisme betekenis & definitie

Absolutisme is een bestuurs- of regeringsvorm waarbij één persoon, een vorst of koning, de volledige regerende macht heeft. Bij absolutisme behoeft deze persoon geen verantwoording af te leggen en is zelf ook niet aan wetten gebonden.

Absolutisme kwam in vroeg modern Europa nog voor, maar tegenwoordig zijn er in de gehele wereld vrijwel geen absolute regeringen meer over. Een bekend voorbeeld van absolutisme of een absolute monarchie was het Frankrijk van de late 18e eeuw, waarin de koning de verschillende machten van een regering kon uitoefenen. De Franse koningen van die tijd, waarin met name Lodewijk XIV en Lodewijk XVI bekend en berucht zijn geworden, stelden dat de macht waarover zij beschikten door God gegeven was. Op deze manier legitimeerden zij hun macht, zonder dat ze verantwoording moesten afleggen voor het maken van wetten.

Kenmerkend voor absolutisme is dat de machthebbers de verschillende machten in de samenleving allemaal controleren. In de moderne democratie wordt er een onderscheid gemaakt tussen drie machten, de wetgevende, de uitvoerende en de rechterlijke macht. Verlichtingsfilosoof Montesquieu stelde dat deze machten moeten worden gescheiden, zodat er geen sprake meer kan zijn van absolute macht of absolutisme. Absolutisme kenmerkt zich doordat deze machten niet gescheiden zijn, maar door één persoon of een kleine groep personen worden beheerd. Doordat deze machten bij absolutisme niet gescheiden zijn, kan men als machthebber doen en laten waar men zin in heeft. Men staat als het ware boven de wet.

Laatst bijgewerkt 07-07-2016