Psychose betekenis & definitie

Een psychose is een psychische gesteldheid waarbij iemand het contact met de realiteit is kwijtgeraakt. De persoon hallucineert, heeft wanen en/of komt zeer verward over.

Iemand die psychotisch is, kan zintuiglijke prikkels waarnemen die er in werkelijkheid niet zijn (hallucinaties). Het horen, zien, ruiken, proeven en voelen van prikkels kunnen voor de persoon levensecht zijn. Psychoses veranderen de blik op realiteit.

Daarnaast kunnen er sterke overtuigingen aandienen die niet in overeenstemming zijn met de realiteit (wanen). Men denkt bijvoorbeeld dat de wereld zeer vijandig is, dat iemand hem/haar in de gaten houdt of dat de betrokkene buitengewone krachten heeft. Deze hardnekkige overtuigingen kunnen niet of nauwelijks uit het hoofd worden gepraat.
De patiƫnt heeft bovendien last van cognitieve stoornissen, zoals een verminderde concentratie. De persoon kan de omgeving maar moeilijk begrijpen en het lukt hem/haar vaak niet om gedachten goed onder woorden te brengen. Ook kan er bij een psychose sprake zijn van een verminderde energie om activiteiten te ondernemen.

De eerste psychose vindt doorgaans plaats tussen het 16de en 23ste levensjaar. Een psychose wordt meestal veroorzaakt door een psychische aandoening, zoals schizofrenie, depressie of een posttraumatische stressstoornis. Ook het gebruik van drugs of alcohol kan de kans op een psychose vergroten. Mannen krijgen gemiddeld vaker een psychose dan vrouwen.
Een psychose kan een zeer ingrijpende ervaring zijn. Mensen die deze psychische gesteldheid hebben gehad, kunnen zich er sterk voor schamen. Bij een behandeling komt medicatie vrijwel altijd ter sprake. Men krijgt doorgaans een antipsychoticum voorgeschreven, middelen die helpen tegen psychoses. Ook kalmeringstabletten voorkomen om de angst tegen te gaan.