Reet betekenis & definitie

zie ook denken dat de nulmeridiaan door zijn reet loopt; een stuk in zijn hol/kloten/kraag/net/reet hebben; peper in zijn kont/reet hebben; voor de aap zijn reet; van mijn blote reet

1 (aan) mijn ammereet, platte uitdr. van ongeloof of van afwijzing, met het illustrerende gebaar. Opgenomen in de Rotterdamse lijst uit 1986 van Oudenaarden. In dezelfde zin ammehoela/aan mijn hoela; ammenooitniet; vgl. lik me gat; me neus (uit). Vgl. ook Engels slang my ass en Frans mesfesses.

Oma Kobboy heette vroeger oma Amereet omdat ze altijd zei: ‘Aan m’n reet!’ (Vincent Mahieu:

Tjies, 1958, herdruk 1987)

Wel m’n poen inleveren, maar geen dope. Ja, an me reet. (Arie Visser: Het vangen van de draak, 1983)

Beschaving? Me reet! (Dimitri Frenkel Frank: Memoires van een lafaard, 1986)

Dat gaat dan door voor onze geestelijke elite, zeg. Nou, m’n reet. (Gerard Cox, in: Humo, 19/03/87) Zwanger? Me reet! (Albert Mol: Wat zien ik..., 1988)

Die taal zullen ze wel heilzaam vinden, net als honingthee. M’n reet! (Boudewijn van Houten: De vlucht naar voren, 1988)

Ovvie maar effe mee wou schokke...? Ja, hiero, me reet. (J.A. Deelder: Drukke dagen, 1988)

‘An me reet...!’, dacht ik en begon er niet aan. (Haring Arie: De Sarkast, 1989)

Publieke opinie, me reet... (A.F.Th. van der Heijden: Advocaat van de hanen, 1990)

2. als een -, erg goed. Vulgair slang.

Ik heb bijvoorbeeld heel erg nagedacht over gezellige familieseries. Daar is toen de theater-act met de Waltons en het Kleine Huis op de Prairie uitgekomen. Die werkt nu als een reet. (Nieuwe Revu, 16/04/92)

3. dat zal me aan mijn - roesten, zie dat zal me aan mijn kont/reet/rug roesten.
4. geen -, niets. Informele uitdr. Vgl .geen fuck; geen hol; geen ruk.

Jullie weet geen reet van de Engelsen af... (Simon Vestdijk: De dokter en het lichte meisje, 1979) Geluk kan me geen reet schelen. (Dolf de Vries: Boos door een ruitje, 1980)

Vandaag voer ik geen reet uit! (René Stoute: Bunkers bouwen, 1986)

Parijs interesseerde ons geen reet. (J.A. Deelder: Drukke dagen, 1988)

Wat de drijfveren van de artiesten waren om wel of niet mee te doen... het interesseert mij geen reet. (Oor, 11/08/90)

5. in iemands - kruipen, hem vleien. Syn. iemand in zijn kont kruipen. Informeel.

Neem Jan Siebelink, die kroop vroeger als het ware in mijn reet... (HP/De Tijd, 22/04/94)

6. in zijn - zitten, bang zijn. Syn. in de ratszitten; in zijn stinkerd zitten; hem knijpen.
7. lik mijn -, loop naar de pomp; dat doe ik niet. Platte afwijzing. Syn. lik me hol; lik me naad; vgl. van likmevestje.

... de cynische likmijnreetblik a la Jack Nicholson. (Haagse Post, 08/12/84)

Lik me reet met je bezuinigingen. (Freek de Jonge: Opa’s Wijsvinger, 1993)

8. op zijn - liggen, niet meer functioneren (bijv. een bedrijf). Informeel.

Het voetbalseizoen legt alweer op z’n reet, dus waar moeten wij straks ’s zondags heen... (Kees van Kooten, in: Humo, 02/05/91)

9. ruik aan me -, reken maar uit. Vulgair slang.
10. steek/stop maar in je-, platte uitdr. van afwijzing: ik wil er niets meer mee te maken hebben. Vgl. Engels slang stick itinyourass.

Als U zo kleingeestig bent om mij te verbieden hier op mijn nota bene eigen instrument te pielen ... dan steekt U die kutpiano maar in Uw reet! Theo van den Boogaard en Wim T. Schippers: Sjef van Oekel zoekt het hogerop, 1983)

‘Hier heeft U de kwitantie.’ ‘Steekt U die maar in Uw reet.’ (Boudewijn Büch: De rekening, 1989) Stop die Strijdkreet voortaan maar in je reet. Freek de Jonge: Neerlands Bloed, 1991

... deze maatschappij kan de pot op en stop dat geld maar in je reet! (Nieuwe Revu, 04/06/92)

‘Laat ze die taxivergunningen ook maar in hun overheidsreet stoppen’, citeert een woordvoerder van KNV Taxi de woedende ondernemers. (De Volkskrant, 13/07/95)

11. ’tzal me aan mijn - roesten, zie het zal me aan mijn kont roesten.
12. voor zijn (blote/ranke rooie/rooie/ruige) reet, in orde, voor mekaar. Vgl. voor zijn (ruige) roodkoperen (bajonetsfluitje/klarinetsfluitje). Deze slanguitdr. was vooral populair onder soldaten (Salleveldt 1980: hij is voor zijn ruige reet ‘het is heel goed’).

Jan van Lith gooide zijn kepi tegen de zolder en zette het schone en welbekende triomflied in: ‘Voor ze reet, voor ze reet, Voor ze rooie reet! Voor ze rohohooie reet!’ (A.M. de Jong: Frank van Wezels roemruchte jaren, 1928)

‘Voor ze blote reet’, riep ik schor van blijdschap. (Haring Arie: Recht voor z’n Raap, 1972)

Kat in ’t bakkie! ’t was voor z’n reet! (Dirk Dufraing: Rock ’n’ Roll, 1989)

13. wat heb ik nou aan me- hangen, wat gebeurt er nu? Informele uitdr. Vgl. wat heb ik nou aan mijn fiets hangen; wat heb ik nou aan mijn kar hangen.

‘Zo buurvrouw,’ zegt de man beleefd, en schiet in de lach: ‘Wat heb ik nou an me reet hangen?’ (Sal Santen: Heden Kijkdag, 1987)