Gepubliceerd op 21-06-2017

2017-06-21

Ding

betekenis & definitie

1. het - keren voordat de vrouw wordt uitgekleed, soldatenuitdr., in zwang tijdens de mobilisatie van 1914, met de bet. ‘coïtus interruptus’. Syn. voor het zingen de kerk uitgaan. z van die-en,uitdr. gelanceerd door Koot en Bie, beginjaren negentig. In de mond gelegd van Cor van der Laak, een typetje dat aan het eind van een tirade voortdurend zei: ‘Van die dingen, ja? Van die dingen!’ Ondertussen een gevleugelde uitdr. geworden.

3. zijn- achternalopen,voortdurend aan seks denken; achter de vrouwen aanlopen; dwangmatig achter zijn lusten aanlopen; de stoere bink uithangen. Dingslaat hier natuurlijk op het mannelijk lid. Vandaar ook varianten als zijn lui/pik achternalopen.

Vaak heb ik zelfs medelijden met die mannen die slaafs achter hun ding aanlopen. (Goedele Lie- kens, in: Playboy, november 1991)

4. zijn - doen,doen waar men zin in heeft, waar men goed in is; zijn eigen verlangens volgen; zich uitleven. Ding staat hier voor ‘favoriete bezigheid; liefhebberij; ambitie’. Kramers Nieuw Woordenboek(1990), dat deze uitdr. als eerste opneemt, geeft als voorbeeld je moetje ding doen, man!en suggereert een ontlening aan het Surinaams-Nederlands, waar dingde bet. heeft van ‘zaak, aangelegenheid’. Verschue- ren(1996) is echter meer accuraat en wijst op de Engelse herkomst van deze modefrase, nl. to do one’s own thing.Deze uitdr. werd het credo van de Amerikaanse hippiecultuur van de jaren zestig. Zijn eigen ding doenwerd toen beschouwd als het summum van vrijheid. Het slangwoord thingwerd in de jaren zestig gebruikt als syn. van andere hippietermen, zoals scene; kick; vibeen bet. niet veel meer dan ‘activiteit’. Wellicht ontstond deze bet. in de Verenigde Staten, vermoedelijk in de jaren veertig. Ondertussen is het in het Engels een algemeen aanvaarde familiaire uitdr.: ifs not really my thing.Een Amerikaans woordenboek uit de jaren zeventig, dat het taalgebruik van de zgn. undergroundbehandelt, definieert het credo do your thing als‘het volgen van zijn eigen interesses, datgene doen wat men verantwoord vindt in zijn privéleven, ongeacht de heersende mores; zich niet laten leiden door anderen maar zijn eigen vrije keuze maken’. De uitdr. werd bij ons wellicht populair gemaakt door (Nederlandse) popmuzikanten, die toch altijd nauw verbonden zijn met de Amerikaanse cultuur en levensstijl. Begin jaren tachtig liet Hennie Vrienten, ex-zanger van Doe Maar, zich tijdens een interview ontvallen: ‘Ik zing en ik spring en ik doe mijn ding.’ Daarmee gaf hij aan wat muziek voor hem betekende. In de 17de eeuw bet. zijn dingen doen(met de nadruk op de meervoudsvorm) iets heel anders, nl. ‘geslachtsgemeenschap hebben’. Die bet. is ondertussen helemaal verdwenen, zodat enige vrees voor dub-belzinnigheid ongegrond is.

Het gebeurt maar eens om de zoveel jaren dat Sun Ra nog eens naar hier afzakt, en het is dan nog uitzonderlijk dat deze hogepriester in Gent zijn ‘ding’ komt doen. (De Morgen, 08/11/85)

Jean Toots Tielemans die hier eventjes zijn ‘ding’ komt blazen. (Backstage, maart 1986)

Iemand moet gewoon op de juiste plaats zitten en zijn ding doen. (Oor, 11/03/89)

Van Zandt maakte zich er niet druk over. Hij deed zijn ding en deelde en passant nog gul de speciale T-shirts uit waarvan de organisatie een doos vol in elke kleedkamer had laten deponeren. (Nieuwe Revu, 26/04/90)

Jan deed z’n dingetje in Amsterdam en Rob zag in Hilversum dat het goed was. (Nieuwe Revu, 12/12/91)