Piet van der Ploeg

Auteur van het psychologiewoordenboek

Gepubliceerd op 29-12-2016

2016-12-29

wolfskinderen

betekenis & definitie

Wolfskinderen zijn kinderen die vanaf jonge leeftijd zonder of met een minimum aan menselijk contact zijn opgegroeid en dientengevolge nauwelijks of geen kennis hebben van menselijk gedrag, taal en cultuur. Meestal zijn het slachtoffers van onachtzame, wrede, ziek of verslaafde ouders. Ook zijn er gevallen waarbij kinderen ontvoerd zijn en vervolgens aan hun lot werden overgelaten. Ze worden ook wel 'feral' kinderen, wilde kinderen of wolfskinderen genoemd ongeacht of ze tussen dieren leven, zelfstandig in het wild verblijven of opgesloten zitten in een kast of kamer. Van de kinderen die op jonge leeftijd eenzaam opgesloten waren, zijn er elf gevallen bekend sinds 1970. Hiervan is het meisje Genie (zie Genie) het bekendste.

In de vrije natuur kan een jong kind alleen overleven als de zorg wordt overgenomen door dieren. Zo zijn er gevallen bekend van kinderen die werden 'geadopteerd' door wolven, apen, honden, geiten en als soortgenoot opgenomen. Het is vooral bijzonder dat wilde dieren voor mensenkinderen willen zorgen.
Hier enkele voorbeelden:
- Wilde Peter. In 1724 werd een wild kind ontdekt in Duitsland, dat zonder kleren rondliep in de bossen. Men schatte hem op ongeveer twaalf jaar en men noemde hem Wilde Peter. Hij bewoog zich voort als een viervoetig dier en ving vogeltjes die hij uit elkaar haalde en opat. Peter werd opgenomen aan het koninklijk hof van koning George I in Engeland, waar hij werd opgevangen door dr. Arbuthnot. Dr. Arbuthnot wilde de jongen graag leren spreken maar Peter kon enkel een soort gebrabbel voortbrengen. De enige woorden die hij uit kon spreken waren 'ki scho' (king George) en 'qui ca' (queen Caroline). Verder heeft hij nooit leren praten. Peter stierf in 1785.
- Kamala en Amala (zie foto). In 1912 ontdekten twee Indiase onderzoekers, Singh en Zingg, twee meisjes in het bos. Kamala en Amala waren gezoogd door een wolf en daarna achtergelaten. De onderzoekers ontfermden zich over de meisjes. Ze konden echter niet met andere kinderen spelen: ze maakten hen bang en joegen hen weg. Verder was het opvallend dat ze 's nachts beter konden zien dan overdag en dat ze een glans in hun ogen kregen zoals je wel ziet bij honden en katten. Net als wolven, liepen de meisjes op handen en voeten. Amala stierf vroeg, maar haar zusje Kamala leerde gedurende haar leven nog 30 woorden spreken. Zie ook: Aveyron, wilde van.
Een onderzoek met 31 wilde kinderen (Zingg, 1941), wijst uit dat wolfskinderen opmerkelijk overeenkomsten vertonen. Ze huilen en lachen bijvoorbeeld nooit, ze zien goed in het donker, hebben een sterk reukvermogen en een voorkeur voor de kleur rood. Kinderen opgevoed door dieren kenmerken zich daarnaast door het op handen en voeten lopen, bladeren of rauw vlees eten, hun tanden aan botten scherpen en weigeren kleding te dragen.
Voor de wetenschap zijn wilde kinderen interessant, omdat ze inzicht verschaffen in de taalontwikkeling en ontwikkeling van sociale vaardigheden bij jonge kinderen. Een mens is een sociaal wezen en vooral op jonge leeftijd kwetsbaar voor ontbering van menselijk contact. Maar ook in de latere fase van het leven is een mens in vele opzichten sociaal, mentaal en emotioneel afhankelijk van zijn medemens. Wolfskinderen tonen de keerzijde van deze afhankelijkheid door hun ernstige tekorten in taal en cognitieve-, motorische- en sociaal-emotionele ontwikkeling.