Piet van der Ploeg

Auteur van het psychologiewoordenboek

Gepubliceerd op 29-12-2016

2016-12-29

inhibitie

betekenis & definitie

Inhibitie (remming, deactivatie) is een term die vaak gebruikt worden in vooral de neurologie en psychologie. Inhibitie vormt een belangrijk element van normaal gedrag. Het onvermogen om bepaalde prikkels of drijfveren te kunnen onderdrukken, kan leiden tot onaangepast gedrag, impulsiviteit en/of concentratiestoornissen. Hierbij kunnen erfelijke factoren, maar ook bepaalde hersenbeschadigingen een rol spelen.

Er kunnen verschillende vormen van inhibitie worden onderscheiden zoals:
1. Remming van een zenuwcel door een andere zenuwcel. De remming hangt samen met de werking van neurotransmitters die de overdracht van een actiepotentiaal via de synaps beïnvloeden. Een voorbeeld van een neurotransmitter die een remmend werking heeft is GABA (Gamma-Amino-Boter-Zuur)
2. Laterale inhibitie: hierbij leidt prikkeling van een zenuwcel tot onderdrukking van een zenuwcel die ernaast ligt. Dit principe speelt vooral een rol in de waarneming en helpt ons twee prikkels van elkaar te onderscheiden.
3. Retroactieve en proactieve inhibitie. Deze termen uit de psychologie hebben te maken met de werking van het geheugen. Retroactieve inhibitie wil zeggen dat men moeite heeft zich een voorval te herinneren vanwege gebeurtenissen die na het voorval hebben plaatsgevonden. Bij proactieve inhibitie heeft men moeite om iets nieuws te onthouden, vanwege een voorval dat juist eerder heeft plaatsgevonden. Beide typen geheugenprocessen worden ook wel samengevat als interferentie.
4. Verdringing, dat wil zeggen de onbewuste onderdrukking van gevoelens of gedrag. Dit aspect van inhibitie is verbonden met de theorie van de psychoanalyse. Het zou tot uiting kunnen komen in versprekingen, vergissingen, rusteloosheid of angst en andere psychosomatische klachten.
5. De bewuste controle van gedrag. Dit principe speelt een belangrijke rol in het dagelijks leven. Het kan verschillende vormen aannemen, zoals het onderdrukken van afleidende prikkels, om zich beter op een specifiek aspect of gebeurtenis te kunnen concentreren. Een ander voorbeeld is zelfbeheersing: de bewuste beheersing of onderdrukking van emoties of gedachten.
6. Sociale of seksuele geremdheid. Gewetensvol reageren werkt positief maar alcohol en drugs werkt negatief op deze vorm van geremdheid.