Piet van der Ploeg

Auteur van het psychologiewoordenboek

Gepubliceerd op 29-12-2016

2016-12-29

anopie

betekenis & definitie

1. Afwezigheid van de oogbol, of aanwezigheid van slechts een klein overblijfsel van de oogbol.

2. Het niet functioneren van het netvlies van één van de ogen. Synoniem met anopsie.