Peter Timofeeff

Prisma van het Weer

Gepubliceerd op 06-04-2017

2017-04-06

Temperatuur

betekenis & definitie

Natuurkundige maat voor de begrippen warm en koud. De temperatuur is een aanduiding voor de warmtetoestand van een gas, een vloeistof of een vaste stof en wordt gemeten met een thermometer.

In de meteorologie is de temperatuurmeting, zoals alle waarnemingen, aan internationale afspraken gebonden.
De luchttemperatuur wordt gemeten op precies 1,50 meter boven het aardoppervlak in een zgn. thermometerhut. Ook de temperatuur van grote wateroppervlakken is van groot belang. In de dagelijkse praktijk hanteert men als temperatuurschaal de schaal van Celsius of de vooral in Angelsaksische landen veel gebruikte schaal van Fahrenheit. De absolute temperatuur, uitgedrukt in Kelvin, is een van de meest fundamentele grootheden uit de natuurkunde. De verschillende temperatuurschalen kunnen met elkaar worden vergeleken bijvoorbeeld aan de hand van het kookpunt van water: 100°C = 212°F = 273 K. Verder geldt dat 0K = 273°C. Om graden Celsius om te zetten in graden Kelvin, moet derhalve bij de waarde op de Celsiusschaal 273° opgeteld worden. Het verband tussen de schalen van Celsius en Fahrenheit wordt weergegeven met een eenvoudige formule: