Oppervlaktewater betekenis & definitie

Dat deel van de kringloop van het water dat zich afspeelt op het landoppervlak. De zeeën en oceanen worden er dus niet toe gerekend.

Via het landoppervlak wordt ongeveer een derde van de totale hoeveelheid neerslag die op het land valt afgevoerd. Het merendeel van het oppervlaktewater stroomt via rivieren naar zee. De jaarlijkse afvoer per rivier varieert sterk. Ook de seizoensvariaties kunnen bijzonder groot zijn. Bepalend voor de grootte van de afvoer zijn factoren als klimaat en bodemgesteldheid. Klimatologische factoren (m.n. neerslag en verdamping) bepalen de voor afvoer beschikbare hoeveelheid water. De aard van de bodem bepaalt of er veel of weinig water kan worden opgenomen.
De mogelijkheid tot infiltreren hangt niet alleen af van de bodemgesteldheid, maar ook van het bodemgebruik, het reliëf en de vegetatie. Bovendien is bij langdurige regens en bij zware dooi van belang uit welk gesteente de ondergrond is opgebouwd. Is het gesteente poreus, dan kan veel water tot diep in de ondergrond doordringen.

Zie ook: grondwater
Zie ook: watervervuiling