Peter Timofeeff

Prisma van het Weer

Gepubliceerd op 06-04-2017

2017-04-06

Onweer

betekenis & definitie

(ook: onweersbui) Heftige bui waarbij bliksem optreedt vergezeld van rommelende geluiden. Onweer kan ontstaan als stapelwolken (cumulus) uitgroeien tot wolken van het geslacht cumulonimbus, met grote verticale afmetingen.

Een normale onweerswolk reikt tot een hoogte van 8 tot 12 km; een grote tropische onweerswolk kan een hoogte bereiken van wel 20 km. Tijdens het groeiproces ontstaan in de wolk elektrische ladingen. Hoe dat precies in zijn werk gaat, is eigenlijk nog niet bekend. Daarover zijn meerdere theorieën in omloop. De meeste gaan uit van een sterke opwaartse stroming van vochtige en warme lucht. Bijvoorbeeld door sterke convectie ten gevolge van sterke lokale verwarming van een hoeveelheid vochtige lucht aan het aardoppervlak op een zonnige zomerse dag, met als resultaat lokale warmteonweders. Een tweede belangrijke ontstaansoorzaak is het binnendringen van een koufront in een warme luchtmassa. De koude lucht dringt vanwege haar grotere dichtheid onder de warme en vochtige lucht, die daardoor wordt gedwongen op te stijgen. Van belang is verder dat er sprake is van een zgn. gemengde wolk. Wanneer de ijsdeeltjes zo groot en zwaar zijn geworden (hagelstenen) dat de sterke stijgende luchtbewegingen ze niet meer vast kunnen houden, gaan ze vallen. Tijdens het vallen worden kleine onderkoelde waterdruppels ingevangen. Die vriezen vast op de hagelstenen, waarbij zich ijssplinters afscheiden die positief geladen blijken te zijn. Als de elektrische lading in de wolk boven de aarde is toegenomen tot boven een bepaalde sterkte, treedt er elektrische ontlading op door middel van bliksem. De neerslag komt voor in de vorm van regen, hagel en sneeuw. In sommige gevallen zijn de stijgende bewegingen dermate sterk, dat de hagelstenen in de wolk zo groot kunnen worden dat ze zelfs midden in de zomer als hagelstenen het aardoppervlak bereiken. Gemiddeld komt op 107 dagen per jaar ergens in onze omgeving onweer voor, met verreweg de grootste frequentie in de zomer- en herfstmaanden. Er zijn ook voorkeursgebieden voor onweer in Nederland aan te wijzen. Met name in het westen van Noord-Brabant onweert het relatief vaak. De reden daarvan is, dat de zandgronden in dat gebied op een zomerse dag flink worden opgewarmd, terwijl dicht bij het aardoppervlak bij gunstige omstandigheden vochtige lucht wordt aangevoerd uit de nabijgelegen Zeeuwse wateren. In de hele wereld zijn er maar liefst zo'n 1800 onweders per dag actief. In het algemeen wordt het fenomeen onweer gezien als een natuurlijke reactie op plaatselijk te grote elektrische tegenstellingen in de atmosfeer.

Zie ook: blikseminslag
Zie ook: donder
Zie ook: elektrometeoor
Zie ook: kooi van Faraday
Zie ook: weerlicht
Zie ook: Wegener-Bergeron-proces