Peter Timofeeff

Prisma van het Weer

Gepubliceerd op 06-04-2017

2017-04-06

Golfbewegingen in de atmosfeer

betekenis & definitie

In de atmosfeer komen diverse soorten golfvormige luchtbewegingen voor, zowel op grote als op kleine schaal, verticaal en in het horizontale vlak. De verticale golfbewegingen zijn doorgaans kleinschalig.

Er wordt in het algemeen onderscheid gemaakt tussen lopende golven (golven die zich voortplanten) en staande golven (golven die niet of weinig van plaats veranderen). Lopende golven op vrij kleine schaal ontstaan wanneer twee luchtlagen, met min of meer verschillende eigenschappen, met verschillende snelheid langs elkaar bewegen, zoals bij een front het geval is. In de stijgende beweging van de golf koelt de lucht in een adiabatisch proces af. In de dalende beweging warmt de lucht weer op en lost de bewolking op. Op die manier ontstaan de undulatus-wolken, zoals de altocumulus undulatus en de stratocumulus undulatus. Kleinschalige staande golven ontstaan o.m. wanneer lucht min of meer haaks over een bergkam heen strijkt. Typische bijbehorende bewolking is de altocumulus lenticularis. Een voorbeeld van een grootschalige staande golfbeweging is de wereldomvattende algemene luchtcirculatie. Op het noordelijk halfrond is er een golvend basispatroon rond de hele aarde, gemiddeld westelijk, waarin een drietal golven te onderscheiden is (golfgetal = 3). De assen van de troggen hebben een min of meer vaste positie. In de winter is op ca. 75° westerlengte de zgn. Canadese trog te vinden, op ca. 140° oosterlengte de Oost-Aziatische trog en op ca. 20° oosterlengte de Oost-Europese trog. Tijdens de zomer zijn de twee eerstgenoemde ongeveer 10° in oostelijke richting opgeschoven. De oorzaak van de ligging van die troggen wordt gevonden in de ligging van grote bergketens als de Rocky Mountains en de Himalaya, en de verdeling op aarde tussen land en zee. In deze algemene circulatie komen vervolgens een aantal kleinere golven voor, eveneens in het horizontale vlak. In deze lopende, ook tamelijk grootschalige golven ontwikkelen zich doorgaans o.m. de hogedrukgebieden en de lagedrukgebieden. Het ontstaan daarvan valt enigszins te vergelijken met de min of meer turbulente waterbewegingen, die vanaf een brug te zien zijn wanneer het water een obstakel (zoals een brugpijler) heeft gepasseerd.