Peter Timofeeff

Prisma van het Weer

Gepubliceerd op 06-04-2017

2017-04-06

Bui

betekenis & definitie

Neerslag die valt uit convectieve bewolking. Een gemiddelde bui heeft een levensduur van ongeveer een half uur en maakt verschillende stadia van ontwikkeling door.

Het begint met convectie, waarbij in gunstige omstandigheden (voldoende vocht en onstabiliteit) in het convectief condensatieniveau een kleine wolk van het geslacht cumulus ontstaat: een cumulus humilis (a). Vervolgens ontwikkelt de wolk zich via de cumulus mediocris (b) en de cumulus congestus (c) tot de cumulonimbus (d): de buienwolk. In dat laatste stadium is de cumulonimbus voorzien van een ijskap in de vorm van een aambeeld: de incus. Ten slotte vallen de neerslagelementen in de vorm van regen, sneeuw, hagel, of een combinatie daarvan uit de wolk naar het aardoppervlak. De intensiteit en de vorm van de neerslag hangt af van de hoeveelheid vocht in de lucht en de mate van onstabiliteit. Hoe groter de onstabiliteit, des te sterker zijn de stijgende luchtbewegingen en des te langer worden de neerslagelementen als het ware vastgehouden en kunnen zij zich ontwikkelen. Zodra ze te groot en te zwaar geworden zijn, vallen ze, met medenemen van de omringende lucht, naar beneden. De lucht die op deze wijze door de neerslagdelen wordt meegenomen, spreidt zich aan het aardoppervlak naar alle zijden uit. Dat zijn de beruchte windstoten, die soms tot grote verkeershinder kunnen leiden. Soms gaat een bui gepaard met onweer. Wanneer alle neerslag uit de buienwolk verdwenen is, blijft doorgaans alleen de ijskap over, die overgaat in cirrus.

Zie ook: af en toe regen (of sneeuw)
Zie ook: hagelbui
Zie ook: maartse bui
Zie ook: Wegener-Bergeron-proces
Zie ook: winterse bui
Zie ook: windstoot