Trekkingsrecht betekenis & definitie

Het trekkingsrecht geldt voor iedereen die in of na 2015 een persoonsgebonden budget (PGB) van de gemeente of het zorgkantoor krijgt. Doel van het trekkingsrecht is fraudebestrijding: PGB-houders krijgen de budgetten namelijk niet meer op hun eigen bankrekening gestort. De Sociale Verzekeringsbank (SVB) beheert de budgetten.

Cliënten die langdurige zorg, ondersteuning, begeleiding of jeugdhulp nodig hebben, kunnen dit inkopen via een Persoonsgebonden Budget (PGB). Om fraude tegen te gaan en om administratieve lasten te verminderen, heeft de
staatssecretaris van VWS besloten om vanaf 2015 te werken met ‘trekkingsrechten’. De PGB-houder moet een zorgovereenkomst met een door de gemeente (Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 of Jeugdwet) of het zorgkantoor (AWBZ of Wet langdurige zorg) goedgekeurde zorgovereenkomst hebben. Het trekkingsrecht maakt de verantwoording over uitgaven makkelijker. Het PGB van de cliënt wordt dan beheerd door de
SVB. Cliënten kunnen bij de SVB declareren en de SVB betaalt dan de zorgverlener uit.

Zorgkantoren en de SVB hebben circa 149.000 cliënten aangeschreven om het PGB te ontvangen via het trekkingsrecht. Het is op dit moment nog onbekend welk bedrag precies omgaat in de trekkingsrechten
PGB. In 2014 ging circa 2,7 miljard euro om in het PGB in de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ).

De SVB is opdrachtnemer voor de uitvoering van de trekkingsrechten. De SVB is een zelfstandig bestuursorgaan van het Ministerie van SZW. De minister van SZW is daarom formeel eigenaar van de SVB, maar de
staatssecretaris van VWS is in dit geval opdrachtgever voor de trekkingsrechten. Gemeenten en zorgkantoren zijn ook belangrijke partijen in het proces, zij kennen namelijk het PGB toe aan de cliënten.

Gepubliceerd op 01-06-2015