Kostenvergoeding bezwaar betekenis & definitie

Bezwaar maken tegen een besluit van een bestuursorgaan kan tot kosten leiden, bijvoorbeeld in verband met de inhuur van een jurist, advocaat of arts-gemachtigde. Soms is het bestuursorgaan verplicht die kosten aan de bezwaarmaker te vergoeden. Het voor vergoeding van kosten in bezwaar relevante wetsartikel is 7:15 Algemene wet bestuursrecht.

Om voor kostenvergoeding in bezwaar in aanmerking te komen moet aan onderstaande vier voorwaarden voldaan zijn:

-1. Het verzoek om vergoeding moet worden gedaan voordat op bezwaar is beslist
-2. De kosten moeten redelijk zijn
-3. Het besluit wordt door het bestuur herroepen
-4. Herroeping vanwege een aan het bestuur te wijten onrechtmatigheid

In het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bbp) is de kostenvergoeding in bezwaar nader uitgewerkt. Niet de daadwerkelijke kosten worden vergoed, maar een forfaitair bedrag. Kosten van rechtsbijstand worden alleen vergoed als de rechtsbijstand ‘beroepsmatig’ en door een ‘derde’ is verleend. Denk hierbij aan advocaten, medewerkers van rechtsbijstandsverzekeraars en rechtshulpverleners van bijvoorbeeld een vakbond of branchevereniging. Inhuur van andere rechtshulpverleners komt ook voor vergoeding in aanmerking. Vereiste is wél dat de werkzaamheden van de ingehuurde partij juridische aspecten omvatten, dat hij enige expertise heeft op het betreffende rechtsgebied en dat de rechtshulp ‘een vast element is van een duurzame, op het vergaren van inkomen gerichte taakuitoefening’. Ook andere kosten zoals de kosten in verband met inschakelen van getuigen, deskundigen, tolken en reiskosten komen voor vergoeding in aanmerking. In de bijlage van het Bpb is een lijst opgenomen van proceshandelingen. Heeft de rechtshulpverlener proceshandelingen verricht, dan kan dat tot een vergoeding leiden. Elke handeling staat voor een aantal punten en ieder punt levert een bedrag op van € 246,- voor belasting- en premiezaken (bedoeld in artikel 2, onderdelen a en c, van de Wet financiering sociale verzekeringen) en 496,- in alle overige bezwaarzaken (bedragen per 1 januari 2016).

Laatst bijgewerkt 07-03-2016