Meisjesbesnijdenis betekenis & definitie

Een jongensbesnijdenis heeft een duidelijke basis in de geschreven tekst van het heilige boek: Genesis 17:9­-13. Dat geldt niet voor meisjesbesnijdenis of vrouwelijke genitale verminking (vgv). Velen hebben dan ook gewezen op het feit dat het hier gaat om een culturele praktijk die ‘niets met religie te maken heeft’.

Dat eerste is juist, het is een culturele praktijk, maar het tweede niet: ook meisjesbesnijdenis heeft wel degelijk ‘iets’ met religie te maken. Wat meisjesbesnijdenis met religie te maken heeft, is dat in alle drie de monotheïstische godsdiensten de vrouw vaak wordt gezien als onderdanig aan de man. Het idee dat mannen en vrouwen gelijkwaardig zijn, gelijk ook in rechten, is een modern idee dat in de heilige geschriften van de monotheïstische godsdiensten weinig aanhang vindt.

De praktijk om meisjes op jonge leeftijd te besnijden (genitaal te verminken) is eigenlijk de meest extreme poging om de vrouwelijke seksualiteit te beheersen, zelfs geheel te onderdrukken. Waaraan de monotheïstische godsdiensten lijden, is misogynie (haat voor vrouwen), maar ook ginofobie (angst voor vrouwen). De gedachte is: als aan de vrouwelijke seksuele lust ongebreideld uiting kan worden gegeven, ontstaat chaos in de maatschappij. De vrouwelijke seksuele begeerte moet dus worden beheerst, zo niet geheel gedood.

Belangrijke vrouwen die vgv aan de orde stellen zijn de politiek commentator en vrouwenrechtenactivist Ayaan Hirsi Ali, het voormalig Somalisch fotomodel Waris Dirie, maar ook de Belgische politica Assita Kanko. Kanko vertelt in Parce que tu es une fille (2014) over haar eigen besnijdenis in Burkina Faso. Het boek geeft een aangrijpend verslag van haar eigen leven en ervaringen, maar ook veel achtergrondmateriaal en cijfers over vgv. Het is een praktijk die op grote schaal voorkomt, niet alleen in Afrikaanse landen, maar ook in Europa.

Laatst bijgewerkt 17-02-2017