Lucretius betekenis & definitie

Titus Lucretius (99-­55 v.o.t.) was een Romeinse filosoof, atomist en dichter die in navolging van Epicurus scherpe kritiek uitte op het heersende godsgeloof.

Hij keerde zich tegen het stoïcisme als enige weg naar het menselijk geluk en stelde dat mensen zich moesten bevrijden van de angst die religies de mens inboezemden. Zijn werk werd dan ook hevig bekritiseerd door de eerste christenen en later door de kerkvaders en theologen. De meeste van zijn teksten zijn vernietigd of verloren gegaan. In de 15de eeuw herontdekte de Italiaanse humanist Poggio Bracciolini in de benedictijnenabdij van Fulda in Zuid Duitsland Lucretius’ beroemde boek De Rerum Natura (55 v.o.t.). Die spectaculaire vondst zorgde mee voor een beslissende doorbraak van het humanisme in Europa.

De Rerum Natura is een leerdicht geschreven in zesvoetige versvormen, opgedeeld in zes boeken waarin Lucretius ten strijde trekt tegen het toenmalige staatsbestel en de godsdienst. Zijn denkbeelden, die hij vooral oppikte bij Epicurus, staan haaks op de religieuze opvattingen van zijn tijd, maar indirect ook op de latere kerkelijke dogmatiek. Hij verdedigt het atomisme en stelt onder andere dat alles bestaat uit onzichtbare deeltjes die onvergankelijk zijn, dat er geen vast middelpunt bestaat (terwijl de Kerk de aarde beschouwde als het centrum van het heelal), dat het uni­versum geen schepper of ontwerper heeft, dat de voorzienigheid een verzinsel is, dat alles ontstaat ingevolge zwenkingen van atomen en dat de natuur onophoudelijk experimenteert. ‘Zo kun je ook onmogelijk geloven dat goden ergens op de wereld hun heilige zetels hebben. Het vage wezen van de goden valt zo buiten bereik van de zintuigen dat de geest ze nauwelijks opmerkt. Ze mijden ieder contact en pressie van onze handen, dus wat tastbaar is voor ons kunnen we niet pakken. Want wie niet aangeraakt wil worden, kan zelf niet pakken,’ aldus Lucretius.

Laatst bijgewerkt 15-02-2017