Handyside v Verenigd Koninkrijk betekenis & definitie

De zaak Handyside v Verenigd Koninkrijk (1976) is een uitspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg. De zaak is het meest bekend omdat het een vergaande acceptatie bevat van de centrale betekenis die het principe van de vrijheid van meningsuiting heeft voor een democratie.

In deze zaak introduceerde het Hof de formule dat vrijheid van meningsuiting niet alleen bestaat voor informatie of voor ideeën die anderen graag horen (‘are favourably received’) of die geen aanstoot geven (‘regarded as inoffensive’) of waar men onverschillig tegenover staat (‘matter of indifference’), maar dat ook die ideeën en informatie worden beschermd die aan de staat of een bepaald deel van de bevolking aanstoot geven, choqueren of verontrusten (‘that offend, shock or disturb the State or any sector of the population’).

De zaak had betrekking op een handboek, The Little Red Schoolboek (1969), geschreven door Soeren Hansen en Hans Jespersen en in verschillende Europese landen verspreid. De uitgever, Richard Handyside, werd vervolgd omdat in het boek een lange passage over seks voorkwam. Dat het Europese Verdrag zoals uitgelegd door het Europese Hof ook uitingen onder de vrijheid van meningsuiting laat vallen die ‘beledigen’, raakte in Nederland na de moord op Theo van Gogh weer actueel. De politieke elite, gesteund door het koningshuis, benadrukte dat er geen ‘recht op belediging’ zou bestaan. Maar wanneer men de Handyside zaak als representatief voor het Europese denken over vrijheid van meningsuiting zou willen zien, is dat dus niet juist.

Laatst bijgewerkt 17-02-2017