Comte, Auguste betekenis & definitie

Auguste Comte (1798­-1857) was een Franse filosoof, grondlegger van de sociologie en van het positivisme. Deze wijsgerige stroming stelt dat kennis alleen kan verworven worden door een toepassing van de wetenschappelijke methode. We kunnen alleen met zekerheid iets zeggen over zaken als die empirisch waarneembaar zijn. Dit impliceert ook dat zogenaamde kennis over metafysische, religieuze en ethische zaken moet worden verworpen.

Comte had een sterk geloof in de wetenschap en in de vooruitgang. Zijn devies luidde als volgt: ‘L’amour pour principe et l’ordre pour base; le progrès pour but’ (Liefde als principe en orde als basis; vooruitgang als doel). In zijn boek Cours de philosophie positive (1830­-1842) formuleerde hij zijn ‘Loi des trois états’ (Wet van de drie stadia). Het eer­ste en meest primitieve stadium is het theologisch stadium waarbij mensen een verklaring voor alle verschijnselen zoeken in bovennatuurlijke of goddelijke krachten. Binnen dit theologisch stadium onderscheidt Comte nog eens drie substadia, namelijk het fetisjisme, het polytheïsme en het monotheïsme.

Het tweede stadium is het metafysische stadium waarbij men de bovennatuurlijke verklaringen opzij schuift en de verschijnselen worden uitgelegd door abstracte begrip­ pen. Het derde stadium is het positieve stadium waarbij men zich baseert op de wetenschappelijke methode en op zoek gaat naar verbanden tussen de verschillende verschijnselen (via de sociologie).

Comte ontwierp een soort religie zonder dogma’s waarin God vervangen werd door de mens (Religie der Mensheid) en het katholicisme door het positivisme.

Laatst bijgewerkt 17-02-2017