Ashura betekenis & definitie

De Ashura is een islamitische traditie ter afsluiting van de tiendaagse rouwperiode ter herdenking van de martelaarsdood van Imam Hoessein, de kleinzoon van de profeet Mohammed.

Hoessein weigerde als sjiiet het gezag te erkennen van de soennitische kalief Yazidi van de dynastie van de Omajjaden die na de ‘rechtgeleide kaliefen’ het Arabische Rijk bestuurde. Bij de Slag bij Karbala op 10 oktober 680 verloren de troepen van Imam Hoessein, die zelf met een zwaard onthoofd werd en sindsdien beschouwd wordt als een martelaar. Het onthoofde lichaam van de martelaar ligt begraven in de Imam Hoesseinmoskee in de Iraakse stad Karbala die jaarlijks miljoenen bezoekers trekt. Zijn hoofd ligt in een schrijn in de binnenhof van de Grote moskee van Damascus, de hoofdstad van Syrië, waar talloze pelgrims het als een relikwie komen vereren.

Deze Slag bij Karbala heeft een belangrijke betekenis voor de sjiieten als symbool van verzet tegen de tirannie van de soennieten en wordt jaarlijks herdacht in een aantal delen van de islamitische wereld, zoals in Iran, Irak, Libanon, Pakistan en Afghanistan. Tijdens een gemeenschappelijke rouwzang houden honderden sjiieten een soort processie waarbij ze symbolisch de lijkbaar van Hoessein dragen en daarbij zichzelf kastijden. Sommige deelnemers slaan met een zwaard tot bloedens toe op hun eigen hoofd of maken inkepingen in hun voorhoofd en dat van hun kinderen. Op andere plaatsen gebruiken de zelfkastijders geseltui­ gen en zwepen waarmee ze hun lichaam tot bloedens toe slaan. Op die manier vereenzelvigen ze zich met het lijden van de martelaar Hoessein. Door al te hevige verwondingen moesten sommige deelnemers aan de zelfkastijding afgevoerd worden naar plaatselijke hospitalen.

In 2004 en 2006 werden er tijdens de Ashura­herdenking bomaanslagen gepleegd door radicale soennieten waarbij tientallen sjiieten om het leven kwamen. Ook in de soennitische islamlanden wordt de Ashura gevierd maar dan als een dag van vasten.

Laatst bijgewerkt 15-02-2017