Apostasie betekenis & definitie

Apostasie is afval van geloof. Een apostaat is iets anders dan een ketter. Een apostaat is iemand die eens geloofde maar daarmee is opgehouden. Een ketter is iemand die een geloofspositie hooghoudt die door de orthodoxen als verwerpelijk wordt gezien.

In de Koran (3:86­91) wordt apostasie (ridda in de islam) afgewezen, net als in het Oude Testament (Deuteronomium 13:6­13, Machiavellisme bij bestraffing van godslaste­ ring). Apostasie lijkt vooral een groot probleem in de monotheïstische godsdiensten.
Volgens de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens is apostasie een mensenrecht. Artikel 18 uvrm luidt namelijk als volgt ‘Een ieder heeft recht op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst; dit recht omvat tevens de vrijheid om van godsdienst of overtuiging te veranderen, alsmede de vrijheid hetzij alleen, hetzij met anderen zowel in het openbaar als in zijn particuliere leven zijn godsdienst of overtuiging te belijden door het onderwijzen ervan, door de praktische toepassing, door eredienst en de inachtneming van de geboden en voorschriften’ (cursivering toegevoegd, red.).

Een essentieel onderdeel van deze tekst is: ‘dit recht omvat tevens de vrijheid om van godsdienst of overtuiging te veranderen’. Dat betekent dat de Verenigde Naties in 1948 consensus wist te bereiken over de vrijheid voor het dissidente individu om van het ene geloof op het andere geloof over te stappen. Tot die vrijheid wordt ook gerekend dat men helemaal van elk religieus geloof afstand mag nemen. Dit individuele recht staat op gespannen voet met het binnen religieuze tradities bestaande taboe op (en ook de criminalisering van) ‘geloofsafval’ of ‘apostasie’. Wie van geloof A overgaat op geloof B wordt door de gelovigen van geloof A vaak beschouwd als ‘apostaat’. Met name in islamitische landen kan men hiervoor de doodstraf krijgen (bijvoorbeeld in Saoedi­ Arabië).

Laatst bijgewerkt 15-02-2017