Wijnsoep betekenis & definitie

Wijnsoep wordt bereid op basis van witte (rijn)wijn, citroen, kaneel en ei.

Wijnsoep wordt waarschijnlijk voor het eerst genoemd in het boek De Nieuwe Welervarene Utrechtsche Keuken-meid (1771). De meeste recepten over wijnsoep vinden we in de 18e en 19e eeuw. Opvallend aan al die recepten is dat er regelmatig met citroenen werd gewerkt. En meestal ook met eierdooiers, om de soep te binden. Veel van die recepten bevatten overigens allerlei specerijen of andere smaakmakers.

De wijnsoep is niet erg vullend en bevat nog aardig wat alcohol omdat deze door de eieren niet aan de kook mag worden gebracht. De wijnsoep wordt vaak geserveerd, lezen we in het boek Twintig Eeuwen Koken en Eten van Lizet Kruyff en Judith Schuyf, na het ‘vischdiner’ en vóór het dessert. Waarschijnlijk om de mond schoon te maken en de de smaakpapillen te herstellen.

De wijn wordt ook wel als opkikkertje gebruikt.In de 18e-eeuwse receptenbundel, het Volkoomen Neerlandsch kookkundig woordenboek voorgesteld in de Friesche keukenmeid en verstandige huishoudster, uit 1791, staat dat wijn in de keuken gebruikt wordt om onder andere kraamvrouwen van versterkende soepjes te voorzien. De wijnsoep wordt ingezet om het herstel te bevorderen, in het ene geval van de kraamvrouw, in het andere geval van wie dat maar nodig had; bijvoorbeeld een vermoeide reiziger.