Gassen betekenis & definitie

Gassen (gasjes) Kleine stegen, meestal een onreine doorgang, die alleen nog te vinden zijn in Nijmegen, wat deze kleine stegen in het stratenpatroon erg bijzonder maken.

Het woord ‘gas’ (of ‘gasse’) stamt af van het Duitse ‘Gasse’ en betekende in de vijftiende eeuw ‘onverharde weg’. In Duitsland en Oostenrijk liggen honderden gassen, maar in Nederland zijn er slechts 18 die allemaal Nijmegen liggen. In Amsterdam zijn alleen in de spreektaal gassen geweest, niet in de officiële straatbenaming.

Een gas werd gezien als een onreine doorgang, vaak slechts een smalle doorgang tussen een paar huizen, naar achterliggende woningen van armere mensen. Een blinde of doodlopende steeg werd in Nijmegen ook wel een halvegas genoemd. Twee voorbeelden hiervan waren 'het Halvegesken in de Ziekerstraat' (1695) en 'het Halvegasken in de Houtstraat' (1709-1721).

Ooit waren er in Nijmegen nog veel meer van gassen, maar die zijn in de loop der tijd allemaal verdwenen door oorlogsgeweld of vernieuwing van de Benedenstad. Dat gassen in Nijmegen voorkomen, hangt samen met het feit dat Nijmegen waarschijnlijk een oude Duitse Keizerstad is. Keizer Hendrik VI is in 1165 in Nijmegen geboren, vandaar de dubbele adelaar en de keizerskroon in het stadswapen van Nijmegen als Keizerstad.

Alle achttien gassen die Nijmegen op dit moment kent, zijn het Arsenaalgas, Bezembindersgas, Duivengas, Gulden Wagengas, Hanengas, Kabelgas, Karrengas, Kerkegasje, Keumegas, Kronenburgergas, Lompenkramersgas, Mussengas, Ottengas, Papengas, Pepergas, Vinkegas, Vlaamsche Gas en het Vijfringengas.