Clayton Christensen: The Innovator’s Dilemma betekenis & definitie

Clayton Christensen (1952) is hoogleraar economie op Harvard Business School en schreef het boek The Innovator’s Dilemma (1997), ook wel gezien als de bijbel van innovatie.

Sinds de jaren tachtig worden ceo’s afgerekend op korte termijn resultaat. Het gevolg is dat er wordt geïnvesteerd in innovaties die oude producten verbeteren of goedkoper maken, maar niet in “marktcreërende innovaties”. Dit beperkt nieuwe industrieën en economische groei. Grote bedrijven stoppen ook vaak met innoveren, ze beschermen in plaats van het nieuwe na te jagen. Dit maakt hen kwetsbaar. Bedrijven die geconfronteerd worden met verstorende bedreigingen slagen er zelden in om slim te reageren. Ze denken er mee weg te komen, maar falen.

Een bedrijf kan zichzelf niet zomaar ontwrichten. Het is belangrijk om voor innovatie een aparte businessunit met eigen business- en verdienmodel op te zetten. Deze unit heeft een ervaren manager nodig die het verschil kan maken. Op de werkvloer ontstaan de meeste ideeën voor nieuwe producten. Bij het middle managemet ontstaat vaak het probleem. Zij kunnen niet elk idee meenemen naar hun leidinggevenden, waardoor veel goede ideeën bewust weg worden gelaten. Niet de meest ervaren mensen oordelen over de beste ideeën, maar de mensen in het midden.

Het middel management zal ook nooit een idee pitchen dat de eigen activiteiten compleet ontwricht. Ze komen hooguit met een “sustaining innovation”, de verbetering van een bestaand product. Het hogere management moet inzien dat de aanbevelingen die ze horen niet dezelfde is als de stroom die van onder uit bij de middle managers terechtkomt. Leidinggevenden moeten dus meer tijd besteden aan de werkvloer, om hun perspectief beter te begrijpen. Daarnaast moeten ze resources beschikbaar stellen voor ontwrichtende projecten .