Waarheid betekenis & definitie

Waarheid - beteekent: 1. (abstract) het waarzijn, 2. (concreet) het ware oordeel zelf („een” waarheid). Soms wordt door dit woord ook de absolute werkelijkheid aangeduid. W. is echter steeds aan een denken (gedachtworden) gebonden en zonder dit zinneloos ; zij is theoretische geldigheid van een denk-inhoud. Men onderscheidt vaak van de „materieele” w. de zoogenaamd „formeel-logische”, als bloote overeenstemming der gedachten met elkaar en met de denkwetten (vooral het principium contradictionis).

Materieele w. zou dan te vinden zijn in 1 de algemeen-wijsgeerige, transcendentale, a priori geldende veronderstellingen, grondwetten, axioma’s, postulaten (b.v. getal, oorzaak, substantie, idee), zonder welke een samenhangende kennis en ervaring onmogelijk is (welke waarheid echter tevens in een strengeren zin „formeel” is) en 2 in de empirische oordeelen, die de relaties van gegeven ervaringsobjecten (b.v. in astronomie, fysika, chemie etc.) uitdrukken. Een essentieel kenmerk der w. is haar algemeen-geldigheid, haar onafhankelijkheid van de eigenaardigheid en willekeur van het denkende subject en de (in den tijd plaatshebbende) denk-handeling. In zoover staat zij boven den tijd, is tijd-loos. Een vaak opgeworpen vraag is die naar het kriterium der waarheid. Voor de empirische oordeelen bestaat dit in de verificeering en bevestiging door de waarneembare „feiten” en het passen dier waarheden in den éénen denk- en ervarings-samenhang. Een „waarde” krijgen de ware oordeelen, in zoover die waarheid hen maakt tot bruikbare middelen voor den wil tot kennen en voor de praktische doeleinden van het animale, psychische en geestelijke leven.