Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Gepubliceerd op 17-01-2019

Vasten

betekenis & definitie

Vasten - Het v. komt in een of anderen vorm over de geheele wereld voor, soms individueel, soms kollektief, soms als een zich onthouden van bepaald voedsel, soms als een verbod van alle voedsel. Ook het doel van het v. is niet overal hetzelfde : het komt voor als praeparatie voor een „heilige” handeling, als boetedoening voor begane zonden, als verzoening van de godheid, als rouwceremonie, als reinigingsrite, enz. Het is duidelijk dat al die gebruiken, al hebben zij alle gemeen het zich onthouden van voedsel, niet uit één wortel kunnen zijn ontsproten, zooals Rob. Smith, Tylor en Spencer willen (die trouwens ieder weer een anderen „oorsprong” aanwijzen).

Uit het geloof, dat elk soort voedsel zijn eigen werking heeft (tijgervleesch maakt wild, hazenvleesch bang, enz.), vloeit voort, dat bepaalde spijzen èf geheel worden verboden, óf aan bepaalde menschen worden ontzegd, (b.v. zwangere of menstrueerende vrouwen, meisjes in den puberteitsleeftijd, soldaten, bruid en bruidegom, rouwdragenden, priesters, magiërs, en tal van andere menschen hebben zich van allerlei te onthouden, dat hun gevaarlijk wezen zou). Toch spreekt uit allerlei vastengebruiken één algemeene grondvoorstelling: vrees voor daemonische invloeden. Heel duidelijk is dit b.v. bijv. als rouwgebruik. Dit v. is op allerlei wijze verklaard geworden : verzoening van den doodengeest, vereenzelviging van de levenden met den doode; uit het feit, dat de treurende wegens gebrek aan eetlust vast, zou later het v. als verplichte ceremonie zijn ontstaan, enz. Mogelijk hebben al deze dingen meegewerkt om het v.-ritueel zijn lateren vorm te geven, maar de overwegende faktor is blijkbaar de vrees, dat de booze geesten, die bij den dood altijd een groote rol spelen, onverhoeds mèt het voedsel in het lichaam zouden sluipen. Vandaar dat vooral dat voedsel wordt vermeden, dat gekomen is uit de nabijheid van den doode, en men b.v. den rouwdragenden hun voedsel van buitenaf in huis brengt. Ook het feit, dat b.v. de moordenaar verplicht is te vasten, kan niet anders worden verklaard, dan uit het feit, dat hij bijzonder is blootgesteld aan de wraak van den doodengeest en van daemonen. Het v. voor bepaalde religieuse of magische handelingen heeft dezelfde bedoeling.

Priesters, magiërs en andere heilige personen plegen, vóórdat zij zekere heilige handelingen verrichten, zich van alle spijzen te onthouden : de booze geesten, die met het voedsel in het lichaam zouden sluipen, zouden hem ' „verontreinigen”. Niet zelden wordt bovendien nog een braak- of purgeermiddel genomen om de reeds in het lichaam aanwezige booze invloeden te verwijderen, terwijl allerlei daemonen verdrijvende praktijken worden toegepast (zelfkwellingen e.d.). Door dergelijke middelen maakt de „ziener” zich bekwaam tot het ontvangen van „openbaringen”, in den vorm van visioenen, droomen, hallucinaties e.d. (vgl. Ex. 34 : 28 ; Deut. 9 : 3 ; 10 : 2, 3 ; 1 Kon. 19 : 8, v.v.), en wordt (bij de natuurvolken) de knaap tot man gewijd. Een geheel andere reeks is het v. als boetedoening : dan is het een der vele middelen om zich door zelfkwelling voor de godheid te verootmoedigen, ten einde medelijden op te wekken. Dit v. komt vooral voor bij de oude Semieten : Babel, Israël, Islam, maar komt ook elders voor. Waar de dualistische wereldbeschouwing een scherpe tegenstelling ontwikkelde tusschen lichaam en geest (of ziel) en daarbij het lichaam ziet als het „booze” element, als de gevangenis der ziel, ontwikkelen zich stelselmatige ascetische praktijken, waaronder het v. een der belangrijkste is.

Het lichaam moet worden „gedood” om de ziel te verlossen. Dat gebeurt zoowel door alle aangenaam voedsel als door voldoende voedsel te vermijden. Litt.: F. Westermark, The principles of fasting (1907). — V. in de R.-K. kerk bestaat hierin, dat men slechts éénmaal daags een vollen maaltijd gebruikt. Volgens den nieuwen Codex van Kerkelijk recht (1918) verplicht de vastenwet (lex ieunii) van den 21sten tot den 59sten verjaardag, indien men niet door een wettige reden ontslagen is ; verboden is aan R.-K. meer dan eens per dag een vollen maaltijd te nemen, doch men mag ’s morgens iets gebruiken (het z.g. frustulum) en ’s avonds (de z.g. collatio). Deze geldt voor de veertigdaagsche vasten (van Aschwoensdag tot Paschen), behalve voor de Zondagen en PaaschZaterdag na ’s middags 12 uur, en op de Quatertemperdagen, de vigilie’s van Pinksteren, MariaHemelvaart, Allerheiligen, Kerstmis. — De onthoudingswet (lex abstinentiae) verplicht allen, die den leeftijd van 7 jaren bereikt hebben ; zij verbiedt het gebruik van vleesch en jus uit vleesch, doch geen eieren, melkspijzen en spijzen, met dierenvet bereid. Deze is van kracht op Aschwoensdag, op alle Vrijdagen, op Paasch-Zaterdag tot 12 uur, op de Quatertemperdagen en op bovengenoemde vigilie’s. (Zie Codex Iuris Canonici: Can. 1260—1255).