Oosthoek encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

Gepubliceerd op 17-01-2019

Uiterste wilsbeschikking

betekenis & definitie

Uiterste wilsbeschikking - Uiterste wil of testament. Verklaring van hetgeen men wil, dat na zijn dood zal geschieden, in het bijzonder ten aanzien van zijn erfenis (art. 922 B. W.). U. w. te dien aanzien onderscheidt men naar gelang ze daarover bij algemeenen of bij bijzonderen titel beschikken (art. 923 B. W.). In het eerste geval spreekt men van erfstelling (artt. 1001— 1003 B. W.), in het laatste van legaat (artt. 1004—1019 B. W.). Erfstellingen over de hand zijn in het algemeen verboden (art. 926 B. W. ; zie FIDEICOMMIS). De bepaling, dat nalatenschap of legaat of een deel ervan onvervreemdbaar zal zijn, wordt voor niet geschreven gehouden (art. 931 B. W.). Bij de uitlegging van niet duidelijke u. w. moet men vooral met de bedoeling rekening houden en moet men de bewoordingen in dien zin opvatten, die met den aard der beschikking en haar onderwerp het meest overeenkomt en bij voorkeur zoo, dat de beschikking eenige uitwerking of gevolg heeft (artt. 932—934 B. W.). Voorwaarden, die onverstaanbaar of onmogelijk zijn of met de wetten en goede zeden strijden, worden voor niet geschreven gehouden (art. 935 B. W.). Een voorwaarde wordt gehouden voor vervuld, wanneer hij die bij niet-vervulling belang heeft, de vervulling heeft belet (art. 936 B. W.). De vermelding van een valsche beweegreden wordt voor niet geschreven gehouden, tenzij uit den u. w. blijkt, dat de erflater haar niet zou hebben gemaakt, indien hij geweten had, dat de beweegreden valsch was (art. 937 B. W.). De vermelding van een ware of valsche beweegreden, strijdig met wetten of goede zeden, maakt erfstelling of legaat nietig (art. 938 B. W.). Ieder, die over zijn verstandelijke vermogens bezit, mag een u. w. maken (art. 942 B. W.). Gemis aan verstandel. vermogens maakt haar nietig (art. 502 B. W.), ook reeds onder curateele stelling, behalve op grond van verkwisting (art. 600 B. W.). Een u. w. gemaakt ten gevolge van dwang, bedrog of arglist is nietig (art. 940 B. W.). Minderjarigen kunnen een u. w. maken na hun 18de jaar (art. 944 B. W.). Getrouwde vrouwen hebben geen bewilliging van haar man noodig (art. 173 B. W.). — Het beschikkingsrecht van den erflater is gebonden aan eenige beperkingen, vervat in de artt. 948—976 B. W. Zoo zal hij de bepalingen omtrent het wettelijk erfdeel in acht moeten nemen.

Een u. w. is slechts mogélijk bij notarieele akte (artt. 985—986 B. W.) of in den vorm van een olographisch of een geheim testament (art. 978 B. W.). Dezelfde akte kan slechts de u. w. van één persoon bevatten (artt. 977 B. W.). Een u. w. kan steeds worden herroepen (art. 922 B. W.), echter alleen bij een latere u. w. of bij bijzondere notarieele akte of ten aanzien van een olographisch test. door het terugnemen daarvan (art. 1039 B. W. Zie ook artt. 1044 v.v.). De bij een u. w. betrokken notaris is verplicht om, ingeval van overlijden van den erflater, binnen 40 dagen nadat zij daarvan kennis dragen, de belanghebbenden te verwittigen, dat de u. w. van den overledene onder hun minuten berust. Hetzelfde geldt ten aanzien van akten, waarbij een u. w. wordt herroepen en van huwelijkscontracten, voor zooverre deze schenkingen ter zake des doods behelzen (art. 39 Notariswet). Krachtens de wet van 23 Febr. 1918, Stb. 124, tot instelling van een centraal testamentenregister, zal men na iemands overlijden ook bij deze instelling inlichtingen kunnen krijgen of een u. w. aanwezig is.

< >