Tank betekenis & definitie

Tank - strijdmiddel, dat in den laatsten oorlog werd gebruikt in den loopgravenstrijd, om een doorgang te maken door de vijandelijke hindernissen en daarbij door vuur van mitrailleurs of licht snelvuurgeschut den weg te openen voor de infanterie. De constructie is zoodanig dat de tanks het door granaattrechters en andere vernielingen doorbroken terrein kunnen volgen en de belasting over een voldoend groot oppervlak van het terrein wordt verdeeld. De eerste tanks werden in Engeland samengesteld door Tennyson d’Eyncourt, directeur van den Marinescheepsbouw en gebruikt in 1917 in den slag bij Kamerijk, vereenigd tot bataljons van 48 tanks, ingedeeld in 3 compagnieën, elk van 4 secties van 4 tanks. De mannelijke tanks waren bewapend met 2 kanonnen van 3,7 of 5,5 c.M. en 4 mitrailleurs, de vrouwelijke met 5 of 6 mitrailleurs.

De lengte bedraagt 8-11 M., de hoogte 2,5 3 M, de breedte 2,75-3 M., het gewicht 30-35 ton; voortbeweging door een Daimler-motor van 6 cylinders en 120 P.K. De bemanning bestaat uit 5—8 man, een bestuurder en een commandant. Op een goeden weg kunnen deze eerste tanks een snelheid van 5—6 K.M. per uur bereiken, terwijl hellingen tot 30° kunnen worden beklommen. Het Engelsche voorbeeld werd al spoedig gevolgd door de Duitschers en bij het voorjaarsoffensief in Frankrijk in Maart 1918 werden ook de Duitsche infanteriegolven door tanks begeleid. Behalve over de op de Engelschen veroverde tanks beschikten de Duitschers over kleine tanks, wegend ongeveer 10 ton, en groote landkruisers, die zeer onhandig in het gebruik waren. Ook in Frankrijk werden tanks aangemaakt volgens verschillende grootten, naar ontwerpen van Generaal Estienne, welke tanks zich aanvankelijk niet in de sympathie van het Fransche volk mochten verheugen; zelfs aandringen van Generaal Pétain kon niet tot aanmaak op groote schaal leiden. Eerst de kritieke voorjaarsdagen van 1918 brachten de Franschen er toe, met de uiterste krachtsinspanning door de Firma Renault een groot aantal z.g. aanvalswagens te doen vervaardigen, die bij het offensief van Maarschalk Foch in Juli 1918 zoo’n belangrijke rol hebben gespeeld.

Deze aanvalswagen is geconstrueerd van eenzijdig gehard chroomnikkelstaal, dik 16 m.M., 4 M. lang, 2 M. hoog en 1,7 M. breed, 7 ton zwaar; snelheid 8—10 K.M. per uur. Hellingen tot 30° kunnen worden beklommen, terreinplooien, wateren met een diepte tot 80 c.M., enz. kunnen worden overschreden. Het personeel bestaat uit 1 man als bestuurder en 1 man voor de bediening van een mitrailleur in een draaibaren toren of van een kanon van 3,7 c.M. in een vasten toren. Na afloop van den oorlog werden in Frankrijk pogingen gedaan, om de tanks den dienst te laten doen van de jaagpaarden langs de kanalen. Het kostbare benzine-verbruik en de vernieling der jaagpaden hebben deze proef echter doen mislukken.