Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Gepubliceerd op 17-01-2019

Stengel

betekenis & definitie

Stengel - is dat deel van de spruit, dat de bladachtige deelen draagt, dat dus geleed is en dat zich daardoor uiterlijk onderscheidt van den wortel. Een verder onderscheid is het ontbreken van een kapje op den top, die daarentegen ingenomen wordt door een knop, terwijl ook anatomische onderscheiden bestaan. Niet iedereen beschouwt den stengel als scherp gescheiden van het blad, maar sommigen stellen zich voor, dat de stengel ontstaan is door de vergroeiïng van een aantal bladvoeten.

S. zijn oorspronkelijk kruidachtig, blijven ook zoo bij éénjarige gewassen en bij Monocotylen, terwijl zij bij Dicotylen en Gymnospermen, die meerjarig zijn, houtachtig worden (zie HOUT en SECUNDAIRE GROEI). Plat neerliggende s., die zich aan hun uiteinde bewortelen, zooals bij de aardbezie, noemt men stolonen; bij grassen spreekt men van een halm, bij Cyperaceae van een biezenhalm, bij houtige st. van een stam, bij korte dikke s. van een tronk, enz.