Spiegel betekenis & definitie

Spiegel - Oppervlak, waaraan een golfstraling regelmatig wordt teruggekaatst. (Zie TERUGKAATSING). Een s. kan vlak zijn of gekromd; van de laatste categorie zijn de bolvormige het meest bekend; deze kunnen hol of bol zijn. Worden b.v. lichtstralen aan een s. teruggekaatst, dan bevindt zich bij een vlakken s. het beeld van het lichtpunt even ver achter den s., als het lichtpunt er zich voor bevindt, en ligt het er mede in een loodlijn op den s., het beeld is verticaal. Vallen op een hollen s. evenwijdige lichtstralen in, dan vormt zich een reëel brandpunt, gelegen op de middellijn van den bol, die de richting heeft der invallende stralen op een afstand van den s., gelijk aan den halven straal.

Van een lichtpunt, verder van den s. gelegen dan dit brandpunt, wordt een reëel beeld gevormd; ligt het dichter bij den s., dan is het beeld virtueel. Een bolle s. geeft steeds een virtueel beeld; het brandpunt op een afstand gelijk aan den halven straal achter den s. Bij een bolvormigen s. heeft zuivere beeldvorming slechts plaats bij een kleinen openingshoek van den lichtbundel. Bij een parabolischen s. worden evenwijdige stralen zuiver in een brandpunt vereenigd ook bij groote openingshoeken.

Het hier voor lichtstralen gezegde geldt ook voor andere golfstralingen.