Oosthoek encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

Gepubliceerd op 17-01-2019

Silezië

betekenis & definitie

Silezië - 1) Duitsch S. (Schlesien), vroeger één, later twee provincies van Pruisen, n.l. Silezië, 29.093 K.M.2, 3,2 mill. inw. en Opper-S., bij volksstemming grootendeels voor Duitschl. verloren gegaan, 10.949 K.M.2 en 1,94 mill. inw. Zooals bij N.-Duitsche laagvlakte werd verklaard, is over ’t geheel S. zeer vruchtbaar, ofschoon de Zuidelijke rug vooral, rechts van de Oder, veel zandige streken vormt. Minder goed ook is de natte, koude bodem van Oostelijk Opper-S. en de groote Neder-S. heide in ’t N.W., die voor een deel met dennen zijn beplant. — S. teelt veel aardappels en suikerbieten. — Het plateau van Tarnowitz levert veel steenkool ; na het Roerbekken is dit Opper-S.-bekken het belangrijkste van Duitschl. Het Neder-S.-kolenbekken ligt ten O. van ’t Reuzengeb. bij Waldenburg.

Bij Beuthen in Opper-S. is veel zinkerts, zoodat S. het meeste zink van Europa levert. Verder lood. — Uit het bovenstaande volgt, dat de industrie van S. zich richt op suiker in Midden-S. tusschen Breslau en Brieg, op metaalbewerking in Opper-S., bij de N.-Boheemsche grens aan weerszijden in Bohemen, zoowel als S. glas en porselein, textielgoederen (linnen, katoen en laken). 72 % van geheel S. zijn met Duitschers bevolkt. Polen, 1,24 mill., 23,7 % meest in Opper-S., 57 % Kath., 42 % Prot. Van S. gaan, evenals uit Posen, veel wandelarbeiders ’s zomers naar de prov. Saksen (Sachsengänger).

2) Oostenrijksch S., vóór den vrede van St. Germain (1918) kroonland van Oostenrijk. Oppervl. 5150 K.M.2, ± 700.000 inw. De hoofdstad is Troppau. Thans is ’t N. aan Czecho-Slovakije gekomen. Op het Z. (district Teschen) wordt op ethnografische gronden aanspraak gemaakt zoowel door Tsjecho-Slovakije als door Polen.

Geschiedenis. Silezië, genoemd naar den Slav. der Slewzanen (Slezanü = bewoners van het gebied der Slenza), behoorde in de 2de helft der 10de eeuw aan Bohemen, dat het in 999 verloor aan Boleslaw I Chroby van Polen. Ter bevordering van ’t Christendom, dat hier waarschijnlijk ’t eerst gepredikt is door Boh. zendelingen, stichtte hij ’t bisdom Breslau. Bij den dood van Boleslaw III van Polen in 1139, toen diens rijk verdeeld werd onder zijn zoons, viel S. ten deel aan den oudsten Wladislaw II, die echter in 1146 afgezet werd door zijn broer Boleslaw IV van Moravië. Door keizer Frederik I Barbarossa daartoe gedwongen, stond Boleslaw IV aan zijn zonen Boleslaw en Meszko S. af. Deze beiden deelden daarop ’t landschap, waarbij Boleslaw Neder-S. en Meszko Opper-S. kreeg. De vorsten van Neder-S. bevorderden de emigratie van Duitschers, waaraan ook meewerkten ’t door Boleslaw gestichte klooster Leubus. Ook de steden Breslau, Glogau, Liegnitz, enz. werden gegermaniseerd. Minder sterk was de kolonisatie van Duitschland in Opper-S., waar de steden (Ratibor, Beuthen, Oppeln, enz.) wel een Duitsch karakter kregen, maar het platteland Slavisch bleef.

Herhaalde deelingen versnipperden de beide hertogdommen in staatjes zonder eenige beteekenis. De vorsten, die in de 12de en 13de eeuw gestaan hadden onder Poolsche opperheerschappij, erkenden in 1327 Johan van Bohemen als suzerein. Van dien tijd af deelde S. de lotgevallen van Bohemen. ’t Had een eigen landdag en behield zijn eigen vorsten. Na ’t uitsterven der regeerende families werden er geen nieuwe vorsten aangesteld of opvolging van een anderen vorst toegestaan. Hierdoor was in 1675 bij, ’t uitsterven der reg. familie in Liegnitz-Brieg-Wohlau, die in 1537 met Brandenburg een erfverdrag had gesloten, geschil ontstaan tusschen den Duitschen keizer en den grooten keurvorst, die aanspraak maakte op dit vorstendom. In 1740 kwam Frederik II van Pruisen met zijn aanspraken opnieuw voor den dag. Toen Maria Theresia weigerde dit landschap af te staan, liet Frederik zijn troepen S. binnenrukken (Jan. 1741), dat in een paar maanden tijds veroverd werd. Wanneer de vredesonderhandelingen, die Frederik, bezorgd voor de toenemende macht van Frankrijk, had laten aanknoopen met Oostenrijk, geen voortgang hadden (Oct. 1741), rukten de Pruisen op, versloegen de Oost. bij Mollwitz, waarop de praeliminairen in Breslau gesloten werden (Juni 1742), weldra gevolgd door den vrede van Berlijn.

Wanneer Oost. in 1743 allerlei voordeelen behaald heeft, wordt Frederik bezorgd en begint hij den 2den Sil. oorlog (Juli 1744) met een inval in Bohemen. ’t Gelukte hem echter niet zich te handhaven. Na de vereeniging van een Oost. met een Saks. leger is Frederik genoodzaakt geworden Bohemen te ontruimen (Dec. 1744), waarop de Oost. Opper-S. binnenrukken. ’t Gelukte hem echter in den zomer van 1745 de kans te doen keeren. Na de overwinningen, door hem behaald bij Hernersdorf op de Oost. en bij Kesselsdorf op de Saksen, komt de vrede van Dresden tot stand, waarbij Pruisen de Silez. landsch. behield. Ook de 3de Silez. oorlog (zie ZEVEN-J. OORLOG) (1756—1763) bracht hierin geen verandering. ’t Bestuur van ’t aan Oost. blijvende deel van S. werd door Josef II met dat van Moravië vereenigd (1782). (Zie verder GESCH. VAN PRUISEN, OOST.-HONG. en WERELDOORLOG). Litt.

Bronnen : Silesia carum rerum scriptores aliquot adhuc medit. (ed. Sommers 1729—32) ; Scriptores rerum Sil. (I—V, uitgeg. door Stenzel, de volgende deelen door de Ver. f. Gesch. u. Alt. S.) ; Codex dipl. Silesiae (Uitg. door Verein f. Gesch. u. Alt. S.) ; Schl. Lausitzischer Urkunden (ed.

Stenzel). Schrijvers: Grünhagen, Gesch. Schl. Tijdschr.: Zeitsch. d. Ver. f. Gesch. u. Alt. S. (sedert 1856).