Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Gepubliceerd op 17-01-2019

Schimmels

betekenis & definitie

Schimmels - zijn paarden, die wit van huid en haren zijn of een mengsel van witte en gekleurde haren hebben, waarbij het wit de overhand heeft. Zijn de gekleurde haren in de meerderheid, dan spreekt men van stekelharig, stekelzwart, stekelbruin of stekelvos. Er zijn vooreerst witte paarden, albinos, waarbij alle pegment ontbreekt in huid en haren, ook in de oogen. Verder kennen wij witgeboren schimmels, d. z. schimmels, waarvan de veulens wit of geel geboren worden.

Deze sch. hebben ook geen pigment in huid en haren, wel in de oogen. Ook hebben zij soms enkele gepigmenteerde vlekjes. Deze paarden heeten albinoiden. Nu onderscheiden wij verder blijvend en veranderlijk schimmelhaar. Paarden met blijvend schimmelhaar worden met het toenemen van den leeftijd niet witter, hebben een donkeren staart, donkere onderbeenen en dikwijls een donker hoofd. Men kent zwartsch. (moorkoppen) en roodsch. Bruinsch. bestaan niet.

Deze sch. zijn bijna nooit geappeld. Paarden met veranderlijk schimmelhaar worden bij het ouder worden steeds witter, zij hebben een bos witte haren in den staart en wit aan hoofd en beenen. Men kent kameel-, zand- en appelbloesemsch. Zij zijn dikwijls geappeld. De witte haren vormen dikwijls kleine vlekjes, ook de donkere haren wel. Men kent spreeuw-, vlies- en forelschimmels.