Oosthoek encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

Gepubliceerd op 17-01-2019

Rijswijk

betekenis & definitie

Rijswijk - 1) gem. in N.-Brabant, langs de Maas ; 421 H.A., alles klei, met 700 inw., die van landbouw en veeteelt leven. Het dorp R. ligt 3 K.M. ten Z.O. van Woudrichem, a. d. Maas, met 120 inw. Reeds in de 7de eeuw verkondigde Switbort of Suitbert hier het Evangelie. — 2) gem. in Z.-Holl.; 2063 H.A., meest kleigrond, doch ook gedeeltelijk laagveen. Door de uitbreiding van Den Haag is het dorp R. in de laatste jaren een voorstad der residentie geworden, zoodat het zielental der gem. snel is toegenomen; in 1890 bedroeg het 2700, thans reeds ongeveer 8500.

Het dorp ligt a. d. spoorlijn Amsterdam—Rotterdam en a. d. tram Den Haag—Delft. Aan den vrede van R., die hier den 10den Sept. 1697 op het huis Nieuwburg werd gesloten, herinnert een naald of zuil. — 3) dorp in de Geld. gem. Maurik (Betuwe) ten Z.O. van Wijk bij Duurstede a. d. Zuidelijken Rijndijk, met 700 inw., die van landbouw (op kleigrond) leven. Oudtijds was hier een commanderij der Maltheser Ridders. — 4) Zuidelijke wijk van Batavia, haar naam ontleenend aan een klein fort, dat in 1666 gebouwd werd „in de rijsvelden” (= rijstvelden).