Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Gepubliceerd op 17-01-2019

Rijken

betekenis & definitie

Rijken - 1) Jan, Ned. toonkunstenaar, geboren te Rotterdam 1857, overl. te Deventer 1921, studeerde aan de muziekschool in zijn geboortestad en daarna te Brussel. Na korten tijd te Winterswijk te hebben gewerkt, werd R. 1880 benoemd tot leider van het gemengde en van ’t mannenkoor, en tot leeraar aan de Muziekschool te Deventer; later tot directeur dier school. R. was een uitmuntend leeraar en een goed dirigent; hij heeft ook gecomponeerd, o.a. drie opera’s — maar zijn werk is van geen beteekenis.

2) Georg, geboren te Rotterdam 1863, studeerde piano, orgel, theorie en compositie aan de Rotterdamsche muziekschool, later nog zang bij A. Spoel in den Haag. R., die te Rotterdam werkzaam is als leeraar, heeft tal van vereenigingen geleid.