Recht betekenis & definitie

Recht. - Men onderscheidt positief of stellig recht (Lat. jus constititum) en wijsgeerig recht (Lat. jus constituendum). Onder het eerste verstaat men het geheel der regelen, waarnaar men zich in een geordende samenleving heeft te gedragen op straffe van daartoe van overheidswege te kunnen gedwongen of althans eenig nadeelig gevolg te kunnen ondervinden, dit in tegenstelling met de voorschriften der moraal, met de al of niet nakoming waarvan de overheid zich niet inlaat, tenzij natuurlijk die voorschriften tevens rechtsvoorschriften zijn. Nimmer behoort het recht met de moraal in strijd te komen. — Als jus constituendum duidt men aan het recht, zooals dat naar iemands opvatting behoort te zijn. — Het recht wordt ook onderscheiden in: 1. publiek en privaat recht; 2. materieel en formeel recht; 3. dwingend en regelend recht; 4. objectief en subjectief recht (terwijl het objectieve recht de rechtsregelen bevat, verstaat men onder subjectief recht de daaraan ontleende aanspraak van het individu.

Tegenover iedere zoodanige aanspraak staat een verplichting van een ander). — Bronnen van het recht zijn te onzent de wetten, algemeene maatregelen van bestuur en verordeningen. Gewoonte slechts, wanneer de wet ernaar verwijst (art. 3 A. B.). Theoretisch schept de rechtspraak geen recht; pracktisch werkt echter een constante jurisprudentie zeker rechtscheppend. De wetenschap is slechts middellijk bron van recht, n.l. alleen voor zoover zij invloed uitoefent op wetgever, praktijk (gewoonte) of rechter.