Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Gepubliceerd op 12-01-2019

Paradox

betekenis & definitie

Paradox, - Gr. paradoxon, technische term in de Stoïsche philosophie voor een ongerijmd klinkende stelling, die bij nader onderzoek juist blijkt te zijn. Cicero’s Paradoxa (46 v. C.) zijn een rhetorische uiteenzetting van 6 dergelijke Stoïsche leerstellingen. — (Wisk.) In de wiskundige logica heeft men de paradox van Russel: de verzameling van alle verzamelingen, die zich zelf niet als element bezitten. In de waarschijnlijkheidsrekening heeft men de paradox van St. Petersburg (Daniël Bernoulli): A en B spelen kruis of munt.

Komt er de eerste maal munt, dan krijgt A ƒ 1. — van B en is ’t spel uit; komt er de 1e maal kruis en de 2e maal munt, dan krijgt A ƒ 2. — van B en is ’t spel uit. Men werpt het muntstuk zoolang totdat er voor ’t eerst munt komt. Komt er munt bij de ne worp, dan krijgt A van B 2n-1 gulden. Wat is de prijs, waarvoor B het spel van A kan afkoopen? Het antwoord luidt: die prijs is oneindig hoog. Dit vraagstuk, waarin theorie en praktijk met elkaar in botsing schijnen te komen, heeft tot veel beschouwingen aanleiding gegeven, o. a. tot het invoeren van het begrip „moreele hoop”.