Oosthoek encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

Gepubliceerd op 12-01-2019

Oost-Pruisen

betekenis & definitie

Oost-Pruisen - ; thans 38.500 K.M.2; 2 mill. inw.; 58 per K.M.2, behoort tot de dunst-bevolkte streken van Pruisen. In het land der Slavische Masuren heeft een volksstemming plaats gehad, die ten voordeele van ’t blijven bij Duitschland verloopen is. 84 % Protest.; 81,5 % der bewoners zijn Duitschers, 4,36% Litauen in ’t N.O. en 8,83 % Masuren (alles vóór den oorlog). De Duitschers zijn de Protestanten, de anderen de Kath. — De Baltische rug heet hier met recht Pruis, meren vlakte: 4 % van het land zijn meren. Vruchtbare streken, vooral aan de Memel (Tilsiterlaagte) en de Pregel, wisselen af met heiden, (Rominterhei, een jachtgebied van 240 K.M.2), hoogvenen en moerassen, met weiden en mooie bosschen, rijk aan wild.

Toch behoort O.-P. over ’t algemeen tot de boscharme streken des rijks. Akkerbouw (rogge; waar leem in den bodem zit, ook tarwe) en veeteelt, voornamelijk paardenteelt (stoeterij te Trakehnen) zijn de hoofdmiddelen van bestaan. Het klimaat begint reeds sterk op een vastlandsklimaat te lijken. Bij Oost-P. is nog het ten O. van den Weichsel overgebleven deel van West-Pruisen gekomen, het zoogenaamde Pomeranië. In ’t N. is het district Memel verloren gegaan.