Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Gepubliceerd op 12-01-2019

Nieuwe hebriden

betekenis & definitie

Nieuwe hebriden, - eilandengroep in den Grooten Oceaan, ± 326 K.M. ten N.O. van Nieuw-Caledonië. Ontdekt door den Spanjaard Fernandez de Quiroz. Groep van 25 eilanden, gelegen op 168° O.L. en 141/2—221/2° Z.B. Bodem grootendeeïs vulcanisch, bezit ook wat erts, goud en nikkel. Op Ambrym vond in 1894 een zeer hevige vulkaanuitbarsting plaats.

Het klimaat is zeer koel: zeeklimaat met groot verschil tusschen de koudste en de warmste maand (6°). Regenval ± 1900 m.M. Van de bevolking is een gedeelte als arbeiders gegaan naar Queensland, Samoa, Fidsji en Nieuw-Caledonië en dikwijls op gemeene wijze daartoe geprest. De kennis van de eilanden is nog zeer onvoldoende. Aangaande de bevolking kan men slechts schattingen geven: 1917 ± 70.000, waarvan enkele honderden Europeanen (Franschen en Engelschen). Ook betreffende den handel heeft men slechts schattingen.

Voor 1916 bedroeg die invoer: f 636.000, uitvoer : ƒ 616.000. Ingevoerd worden, levensmiddelen, kleeren, metaalwerk ; uitgevoerd : mais, copra en koffie. Volgens de EngelschFransche conventie van 1906 zijn de eilanden onder gemeenschappelijk bestuur. De oppervlakte der eilanden gezamenlijk bedraagt ± 13.227 K.M2. — Litt.: G. Bourge, Les Nouvelles Hébrides (Paris, 1906).