Oosthoek encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

Gepubliceerd op 12-01-2019

Namen

betekenis & definitie

Namen - (Namur), 1) Belgische provincie, oppervlakte 3660 K.M.2, begrensd door Brabant en Luik (N.), Luxemburg (O.), Henegouwen (W.) en Frankrijk (Z.). Voor een groot gedeelte stroomgebied van Maas en zijrivieren: Vironin en Sambre (1.) en Lesse en Bocq (r.). Grootendeels bergland. De bodem is rijk aan ijzer, lood, marmer, blauwen steen, leisteen bij Couvier, niet al te beste kolen, pot- en pijpaarde. Leemlagen bij Andenne. Het gebied ten W. van de Maas is het vruchtbaarst en brengt graan en suikerbieten voort.

Het aantal inwoners bedroeg 363.000.—2)hoofdstad van de gelijkn. provincie aan de samenvloeiing van Maas en Sambre; van ouds een gewichtig verkeerscentrum; 32.000 inw. De beroemde messenindustrie is achteruitgegaan. Glasfabrieken. Bisschopszetel. Vanouds een vesting, o. a. in 1691 versterkt door Coehoorn, 1692 door Lodewijk XIV ingenomen en na 1715 tot de barrière-steden hoorend.

De kringvesting N., welke in de jaren 1888— 92 werd aangelegd volgens de beginselen van Brialmont*, en die, evenals de vesting Luik, als permanent bruggenhoofd versterkt werd, had de bedoeling om bij een oorlog tusschen Frankrijk en Duitschland de spoorwegknoopen en belangrijkste bruggen in het Maasdal te verdedigen tegen een poging van een der beide partijen, om het Belgische grondgebied te overschrijden, en dit voor offensieve doeleinden te gebruiken. De forten hebben een onderlingen afstand van 3200—4500 M. en zijn op 4—8 K.M. afstand van de stad gelegen. De uitgebreidheid van de bewapening, welke nagenoeg geheel in pantserconstructiesis opgesteld, en de sterke bezetting gaven aan deze eenheidsforten* groote afmetingen, die reeds bij den bouw weinig in overeenstemming waren met de moderne beginselen, die ook reeds vóór den laatsten oorlog een groote verspreiding van de gevechtskracht beoogden. Bovendien waren de tusschenliniën tusschen de forten moeilijk te flankeeren en waren deze tusschenliniën, waarop de kracht van den aanval moest worden verwacht, onvoldoende ter verdediging voorbereid. Deze fouten in de inrichting van de vesting en de weinig krachtige verdediging hebben in Augustus 1914 in belangrijke mate bijgedragen tot den snellen val van deze vesting. (Zie K. E. Oudendijk, Luik-Namen).

< >