Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Gepubliceerd op 12-01-2019

2019-01-12

Mutatie

betekenis & definitie

Mutatie, - is elke afwijking, bij plant of dier optredende, die erfelijk is bij geslachtelijke voortplanting, daarbij veronderstellende, dat dit dier of die plant geen bastaardnatuur bezitten. Het begrip is het eerst opgesteld door Hugo de Vries in zijn Mutationstheorie (1901). Deze grondde zich daarbij op theoretische beschouwingen samenhangende met zijn Pangenesistheorie, die aanleiding waren, dat in den beginne het begrip „sprongswijze verandering” samenhing met muteeren ; later trad dit meer op den achtergrond. Onder de voorbeelden, door de Vries voor een m. gegeven, was het belangrijkste hetgeen door hem zoowel buiten te Hilversum als in den proeftuin te Amsterdam was waargenomen aan Oenothera Lamarckiana (Lamarck’s Teunisbloem) en ook de latere onderzoekingen van de Vries hadden vooral betrekking op deze plant.

Het begrip was niet geheel nieuw, o. a. waren de single variations van Darwin identiek met de mutaties van de Vries, maar niemand heeft het denkbeeld zoo op den voorgrond gebracht, dat nieuwe soortskenmerken uitsluitend door mutatie zouden ontstaan. De denkbeelden van de Vries hebben felle bestrijding ondervonden; deze richt zich slechts zelden tegen de mogelijkheid van het bestaan van mutaties zelf. Die wordt meestal toegegeven, ofschoon er dan dikwijls aan toegevoegd wordt, dat dit steeds verliesm. zouden zijn, d. w. z., dat men ziet, dat zij bij kruising met den vorm, waaruit zij ontstaan zijn, recessief zouden zijn, wat volgens de presence-absencetheorie op het verlies van een factor zou wijzen. Men ontkent dan het bestaan van winstmutaties en valt in het bijzonder de nieuwe vormen van Oenothera Lamarckiana aan, daarbij opmerkende, dat men niet zeker is dat deze soort geen bastaardnatuur bezit. Het zijn vooral Bateson, Heribert-Nilsson, Renner e. a. die hierop hun aanvallen richten.

Daar komt bij, dat Oenothera in sexueel opzicht tal van afwijkingen vertoont. Tegenover deze aanvallen staat de steun van anderen, ten deele waar het andere muteerende planten betreft (Baur, enz.), ten deele ook waar het mutaties bij dieren zijn. In dat laatste opzicht is een vlieg, Drosophila, door Morgan en zijn school zeer uitvoerig onderzocht. Het is ten slotte wellicht goed op te merken, dat het geschilpunt ten deele onoplosbaar schijnt, omdat het niet mogelijk is met zekerheid van eenig dier of van eenige plant te verklaren, dat deze geen bastaardnatuur zou bezitten.