Oosthoek encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

Gepubliceerd op 12-01-2019

Meppel

betekenis & definitie

Meppel - gem. in ’t Z.W. van Drente, 1060 H.A. Merkwaardig is het, dat een klein deel, n.l. 80 H.A. en Dingstede geheeten, geheel in de prov. Overijsel ligt en wel aan ’t Meppelerdiep, 2 K.M. ten Z.W. van de stad. De bodem bestaat in ’t O. uit zandgrond en in ’t W. uit laagveen; er zijn 11.500 inw., die vooral leven van veeteelt en boterbereiding. De gem. bevat de stad M., eenige buurten en Dingstede; een enclave in Ov.

M. bestond in 1141 nog slechts uit één hoeve; eerst in 1422 werd de kapel tot parochiekerk verheven en niet voor 1809 werd M. onder de steden opgenomen (door koning Lodewijk Napoleon). Het vormt thans een voornaam vereenigings- of snijpunt van water- en spoorwegen, zoodat het sterk is vooruitgegaan, zoowel door de markten en scheepvaart, als handel en nijverheid, zooals scheepswerven, zeilmakerijen, houtzagerij en chemicaliën. Het is een stapelplaats van boter, bekend door de „Meppeler kluiten”, die voorheen naar Amsterdam werden uitgevoerd, doch waarvan de handel sterk verminderde door de oprichting van zuivelfabrieken.

< >